Verder uitstel voor invoering provisierekening btw

Van de nieuwe btw-ketting zijn na initieel uitstel ondertussen toch al verschillende delen in werking getreden, zoals de gewijzigde indienings- en betalingsdeadlines. Andere delen moeten nog in werking treden. Zo zou de provisierekening btw vanaf 1 oktober 2025 de btw-rekening-courant vervangen.

De fiscus laat nu weten dat dit verder uitgesteld zal worden. Er is nog geen nieuwe datum van invoering gecommuniceerd. De fiscus werkt samen met het ITAA aan een aangepaste en realistische timing en zal die communiceren zodra er meer duidelijkheid is.

Dus moeten btw-plichtigen ook tot nader order het huidige rekeningnummer BE22 6792 0030 0047 blijven gebruiken voor de betaling van de periodieke btw-aangiften.


FOD Financiën, nieuwsbericht, 26 augustus 2025

Fiscus verduidelijkt btw-verhoging op centrale verwarmingsinstallaties die werken op fossiele brandstoffen

Ingevolge de Programmawet van 18 juli 2025 (B.S. dd. 29.07.2025) worden met ingang van 29 juli 2025 de rubrieken XXXI en XXXVII van tabel A KB 20 aangepast waardoor de btw op centrale verwarmingsinstallaties die werken op fossiele brandstoffen van 12% naar 21% verhoogt. Het gaat dus om de uitsluiting uit deze verlaagde btw-tarieven van de leveringen met installatie (of enkel de installaties) van dergelijke systemen bij werken aan privéwoningen van minstens 10 jaar oud en bij afbraak en heropbouw (zowel werken in opdracht van de bouwheer als verkopen). Voor andere rubrieken van het verlaagd btw-tarief, zoals sociale woningbouw en schoolgebouwen, verandert deze regeling niets.


Wat wordt uitgesloten van het verlaagd btw-tarief?

De uitsluiting uit voormelde verlaagde btw-tarieven geldt niet alleen voor de verbrandingsketel zelf van de centrale verwarmingsinstallatie die werkt op fossiele brandstoffen (zowel als autonoom systeem als onderdeel van een hybride systeem, zoals in combinatie met een warmtepomp), maar ook voor alle onderdelen die intrinsiek deel uitmaken van de ketel en strikt noodzakelijk zijn om de verwarmingsketel te doen werken, zoals de toevoerleidingen van fossiele brandstof, de mazout- of gastank, het bevestigingsmateriaal, de rookgasafvoer, de op de ketel geïntegreerde of met de ketel verbonden regel- en controletoestellen, de sokkel en de cv-circulatiepomp.

Hoewel in principe enkel de onderdelen van een centrale verwarming in aanmerking kwamen voor het verlaagd btw-tarief, gold die btw-verlaging ingevolge een ministeriële beslissing ook voor kachels, radiatoren of individuele convectoren die vast verbonden zijn met de schoorsteen of de leiding voor energietoevoer. Voor zover voormelde toestellen werken op fossiele brandstoffen, zal de levering met plaatsing (of enkel de plaatsing) niet meer van deze verlaagde btw-tarieven kunnen genieten. Voor kachels die werken op houtbrandstoffen (brandhout, briketten, pellets) blijft deze oude beslissing wel behouden, omdat hout geen fossiele brandstof is.

Ook de verwijdering van een installatie die van het verlaagd btw-tarief is uitgesloten, kan het verlaagd btw-tarief niet meer genieten, tenzij die verwijdering onderdeel is van een vervanging door een andere installatie die niet werkt op fossiele brandstoffen (bijzaak-hoofdzaak).


Wat valt niet onder de nieuwe uitsluiting?

Bij werken aan privéwoningen van minstens 10 jaar oud en bij afbraak en heropbouw blijft het verlaagd btw-tarief van 6% van toepassing op de levering met plaatsing (of enkel de plaatsing) van de niet-specifieke onderdelen van een centrale verwarmingsinstallatie die werkt op fossiele brandstoffen. Het gaat dan om die onderdelen die later nog geïntegreerd kunnen worden in een verwarmingssysteem dat niet op fossiele brandstoffen werkt. Het gaat hier onder meer om:

  • onderdelen voor de warmteverspreiding in het gebouw, zoals hydraulische leidingen, vloerverwarming en radiatoren met hun regelsystemen (thermostatische kranen);
  • onderdelen die de efficiëntie van het verwarmingssysteem waarborgen, zoals kamerthermostaten, energie management systemen (EMS), energiemeters, buitensensoren, expansievaten en ontluchters.

De uitsluiting uit voormelde verlaagde btw-tarieven geldt enkel voor de levering met plaatsing of enkel de plaatsing van het bedoelde specifieke gedeelte van de centrale verwarmingsinstallatie op fossiele brandstoffen. De uitsluiting geldt dus niet voor de herstelling en onderhoud ervan zoals het vervangen van een lekkend expansievat of het tweejaarlijks onderhoud.


Wat bij één globale prijs?

Verricht de leverancier voor een globale prijs zowel van het verlaagd btw-tarief uitgesloten handelingen als handelingen die het verlaagd tarief wel verder blijven genieten, dan moet hij zijn prijs uitsplitsen, anders is de gehele prijs onderworpen aan 21%.

Volgens de fiscus moet het gedeelte van de prijs dat nu van het verlaagd tarief is uitgesloten, overeenkomen met de normale waarde ervan. Het kunstmatig verhogen van de prijs van de handelingen die het verlaagd tarief wel blijven genieten om de nu uitgesloten handelingen gratis of tegen sterk verminderde prijs aan te bieden, kan door de fiscus als misbruik worden beschouwd.

Voor hybride systemen (warmtepomp met ketel op fossiele brandstoffen als fallback-systeem) staat de fiscus een forfaitaire opsplitsing toe: 35% van de globale prijs heeft betrekking op het specifieke gedeelte dat van het verlaagd btw-tarief is uitgesloten en 65% op de warmtepomp en het niet-specifieke gedeelte waarop het verlaagd tarief wel van toepassing blijft. Deze forfaitaire opsplitsing is niet dwingend.


Wat bij verkoop aan 6% van een na afbraak heropgerichte woning?

De voormelde regels gelden voor de bedoelde leveringen met installatie (of enkel de installaties) in een privéwoning van minstens 10 jaar oud of bij afbraak en heropbouw waarbij deze werken aan de bouwheer worden gefactureerd.

Bij een levering aan 6% van een na afbraak heropgerichte woning (voor zover uiteraard aan alle voorwaarden is voldaan), moet ook het deel van de verkoopprijs dat betrekking heeft op het van het verlaagd btw-tarief uitgesloten specifieke gedeelte van de centrale verwarmingsinstallatie die werkt op fossiele brandstoffen, aan 21% belast worden.

Voor deze opsplitsing gelden dezelfde regels als hiervoor. Het gedeelte van de prijs dat nu van het verlaagd tarief is uitgesloten, moet overeenkomen met de normale waarde ervan. En is de woning voorzien van een hiervoor bedoeld hybride systeem, dan mag de heffing aan 21% btw bij de verkoop van de woning beperkt worden tot 35% van de normale waarde van die installatie, en is de rest van de verkoopprijs onderworpen aan 6%.

Als de prijs, zoals bij een verkoop op plan, in schijven wordt betaald, dan moet voormelde opsplitsing gebeuren op het moment dat de btw opeisbaar wordt over die schijf. Kan die installatie niet aan één of meer bepaalde schijven toegewezen worden (als de overeenkomst hier dus niets over bepaalt), dan moet voormelde opsplitsing gebeuren uiterlijk op het tijdstip van de levering.


Vanaf wanneer geldt de uitsluiting van het verlaagd btw-tarief?

De Programmawet voorziet dat deze bepalingen in werking treden op 29 juli 2025 (de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad).

Maar bij de levering aan 6% van een na afbraak heropgerichte woning geldt die uitsluiting, volgens de nieuwe tekst van paragraaf 3 van rubriek XXXVII van tabel A KB 20, al voor btw die opeisbaar is geworden vanaf 1 juli 2025.

Maar de fiscus voorziet toch in enkele overgangsmaatregelen om de impact van de btw-verhoging te beperken voor reeds gesloten overeenkomsten.

Is de overeenkomst voor een levering met installatie (of enkel installatie) gesloten uiterlijk op 28 juli 2025, dan kan de leverancier het verlaagd tarief verder blijven toepassen op de btw die uiterlijk op 30 juni 2026 opeisbaar wordt. Dit geldt zowel voor overeenkomsten met betrekking tot handelingen aan privéwoningen van minstens 10 jaar oud als bij afbraak en heropbouw waar de werken in opdracht van de bouwheer worden uitgevoerd.

Gaat het om de verkoop aan 6% van een na afbraak heropgerichte woning die is uitgerust met een verwarmingsinstallatie die werkt op fossiele brandstoffen, dan moet bij contracten gesloten vanaf 1 juli 2025 de verkoopprijs al opgesplitst worden en 21% btw toegepast worden op het deel van de verkoopprijs dat slaat op voormelde verwarmingsinstallatie. Die opsplitsing is niet nodig voor de btw die uiterlijk op 30 juni 2026 opeisbaar wordt als de verkoopovereenkomst uiterlijk 30 juni 2025 werd afgesloten.

Om van de voormelde overgangsregeling gebruik te kunnen maken, moeten de partijen aan de hand van betrouwbare documenten kunnen aantonen dat de overeenkomst tijdig (voor de respectievelijke voormelde data) is gesloten. Het gaat onder meer om een door de klant ondertekende offerte, een door partijen ondertekende overeenkomst, een betalingsbewijs dat expliciet verwijst naar de offerte/overeenkomst, of een tijdig uitgereikte (voorschot)factuur die voldoende gedetailleerd is om de toepassing van het btw-tarief van 6 % te rechtvaardigen. Andere bewijsmiddelen van gemeen recht zijn ook mogelijk (met uitzondering van de eed).


Fisconetplus, circulaire 2025/C/47, 28 juli 2025

Geen overgangsregeling voor btw-verhoging op bepaalde brandstoffen zoals steenkool

Ingevolge de Programmawet van 18 juli 2025 (B.S. dd. 29.07.2025) wordt met ingang van 29 juli 2025 rubriek VIII van tabel B KB 20 afgeschaft. Bijgevolg zijn de volgende goederen vanaf die datum onderworpen aan 21% in plaats van 12% btw:

  • steenkool en van steenkool vervaardigde vaste brandstoffen;
  • bruinkool en geperste bruinkool, met uitzondering van git;
  • cokes en halfcokes van steenkool, van bruinkool of van turf;
  • niet-gecalcineerde petroleumcokes, als brandstof gebruikt.

In een circulaire bevestigt de fiscus dat er dus 21% btw verschuldigd is op de levering, de intracommunautaire verwerving en de invoer in België van voormelde goederen waarvoor de belasting opeisbaar wordt vanaf 29 juli 2025. Er wordt dus geen overgangsregeling voorzien.

Voor meer uitleg over het tijdstip van opeisbaarheid verwijst de fiscus naar zijn aanschrijving 2019/C/65 van 9 juli 2019.


Fisconetplus, circulaire 2025/C/46, 28 juli 2025

Gemengde btw-plichtige: meedelen detailinfo werkelijk gebruik niet langer verplicht voor kmo’s vanaf 2026

Gemengde btw-plichtigen die voor hun btw-aftrek het werkelijk gebruik toepassen, zijn verplicht om jaarlijks bij hun btw-aangifte van het eerste kwartaal of die van uiterlijk de maand maart, de volgende bijkomende info, gebaseerd op de cijfers van het verstreken jaar, mee te delen:

  • de procentuele toewijzing van de aangerekende btw aan:
    • de kosten voor de activiteiten waarvoor recht op aftrek bestaat;
    • de kosten voor de activiteiten waarvoor geen recht op aftrek bestaat;
    • de gemengde kosten;
  • het (de) bijzondere verhoudingsgetal(len).

Voor 2025 kregen deze btw-plichtigen, net zoals voor 2024, uitstel van de fiscus om deze detailinformatie te bezorgen in hun btw-aangifte van het tweede kwartaal of uiterlijk die van de maand juni (aangiften in te dienen uiterlijk 8 augustus 2025 ingevolge de zomerregeling), en om deze info te baseren op een raming. Ze moeten dan wel in hun aangifte van het derde kwartaal of uiterlijk die van de maand november die detailinfo opnieuw meegeven op basis van de definitieve cijfers van het verstreken jaar.

En net zoals vorig jaar laat de fiscus ook nu weten dat het echter bij deze raming mag blijven, behalve voor de grote ondernemingen die wel verplicht blijven om de definitieve cijfers mee te delen. Voor hen zal vanaf 2026 geen tolerantie meer worden toegepast.

Maar nog belangrijker is dat vanaf 2026 gemengde btw-plichtige kmo’s deze bijkomende detailinformatie niet langer zullen moeten meedelen.

Voor gedeeltelijke btw-plichtigen was vorig jaar al beslist dat enkel de grote ondernemingen deze detailinfo moeten bezorgen.


FOD Financiën, nieuwsbericht, 4 juli 2025

Ontwerp programmawet ingediend

De regering heeft op 27 mei 2025 in de Kamer het ontwerp van programmawet ingediend. Voor btw bevat die de volgende maatregelen:

  • uitsluiting van het verlaagd btw-tarief van 6% voor onroerende handelingen aan woningen van minstens 10 jaar oud van zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van het specifieke gedeelte van een installatie voor centrale verwarming die werkt op fossiele brandstoffen;
  • de herinvoering van het verlaagd btw-tarief van 6% voor de verkopen van na afbraak heropgerichte woningen die:
    • de koper natuurlijke persoon de woning als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning met domicilie gebruikt en die een bewoonbare oppervlakte hebben van niet meer dan 175 m²;
    • de koper op lange termijn verhuurt aan of via (een beheersmandaat) een sociaal verhuurkantoor dan wel aan een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting of andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon met sociaal oogmerk;
    • de koper op lange termijn rechtstreeks verhuurt aan particulieren die zich er domiciliëren en die een bewoonbare oppervlakte hebben van niet meer dan 175 m²;
  • de afschaffing van de rubriek VIII (brandstoffen) van de tabel B van de bijlage bij KB 20, wat betekent dat het btw-tarief van 12% verhoogt naar 21% voor de volgende goederen:
    • steenkool en van steenkool vervaardigde vaste brandstoffen;
    • bruinkool en geperste bruinkool, met uitzondering van git;
    • cokes en halfcokes van steenkool, van bruinkool of van turf;
    • niet-gecalcineerde petroleumcokes, als brandstof gebruikt.

Bovenstaande maatregelen zouden ingaan op 1 juli 2025. De regering heeft dan ook de hoogdringendheid gevraagd voor de behandeling van het ontwerp van programmawet.

Het retroactief afschaffen van de verlenging van 7 naar 10 jaar voor de verjaring ingeval van fraude, werd uit het ontwerp van de programmawet gehaald en is opgenomen in een voorontwerp van wet houdende diverse btw-bepalingen.

De Kamer, document 56K0909 dd. 27.05.2025


Uitstel voor meedelen bijkomende gegevens over verhoudingsgetal of werkelijk gebruik

De fiscus bevestigt wat we eerder al aankondigden, namelijk ook voor dit jaar een uitstel van de verplichting voor gemengde en gedeeltelijke btw-plichtigen om gedetailleerde informatie te bezorgen over hun btw-aftrek. In principe moeten deze btw-plichtigen bij hun btw-aangifte van het eerste kwartaal of één van de eerste drie maanden van 2025 die detailinformatie meedelen, gebaseerd op de cijfers van 2024. Voor gedeeltelijke btw-plichtigen geldt deze verplichting enkel als het om grote ondernemingen gaat.

De fiscus laat nu weten dat deze info maar moet worden opgenomen in de btw-aangifte van het tweede kwartaal 2025 of die van juni 2025. En ingevolge de zomerregeling betekent dit dat de betrokken btw-plichtigen tot 8 augustus 2025 hebben om deze info mee te delen.

Ter herinnering, die bijkomende info betreft het verhoudingsgetal, of bij toepassing van het werkelijk gebruik, de procentuele toewijzing van de aangerekende btw aan:

  • de kosten voor de activiteiten waarvoor recht op aftrek bestaat;
  • de kosten voor de activiteiten waarvoor geen recht op aftrek bestaat;
  • de gemengde kosten.

Daarnaast moet(en) bij het werkelijk gebruik ook het (de) bijzondere verhoudingsgetal(len) meegedeeld worden.

Btw-plichtigen die het werkelijk gebruik toepassen, mogen bovendien deze bijkomende info baseren op een raming. Pas bij de aangifte van het derde kwartaal 2025 (in te dienen uiterlijk op 25 oktober 2025) of die van november 2025 (in te dienen uiterlijk op 22 december 2025) moeten zij die detailinfo geven op basis van de definitieve cijfers van 2024.


FOD Financiën, nieuwsbericht, 4 april 2025

Forfait caféhouders: oude forfaits mogen voorlopig verder toegepast worden

Op 18 oktober 2024 vernietigde de Raad van State (arrest nr. 261.103) het koninklijk besluit nr. 2bis van 15 mei 2022 tot vaststelling van de forfaitaire grondslagen van aanslag inzake de btw voor caféhouders en kleine caféhouders in de mate dat het niet voldoet aan de artikelen 7 en 8 van het KB nr. 2. De reden hiervoor is technisch van aard.

Voor de vaststelling van de forfaitaire grondslagen van aanslag voor de jaren 2020 tot en met 2024, komt er een nieuw overleg met de bedrijfsgroeperingen van die sectoren die eraan wensen deel te nemen. Zij moeten vóór 1 juni 2025 aan de administratie de gedetailleerde en becijferde elementen verschaffen die nodig zijn voor het vaststellen van deze forfaitaire grondslagen. Het is dus de bedoeling dat deze uitzonderlijke raadpleging voor de jaren 2020 tot en met 2024 eindigt op 31 mei 2025, voor elk van de jaren afzonderlijk.

De fiscus laat weten dat in afwachting hiervan de betrokken (kleine) caféhouders de forfaitaire btw-grondslagen verder kunnen toepassen zoals ze opgenomen waren in het vernietigde KB 2bis en haar bijlagen. Ze zullen toch gehouden zijn tot eventuele regularisaties in min of in meer bij de publicatie van het nieuwe koninklijk besluit.


FOD Financiën, nieuwsbericht, 11 april 2025

SME-module voor grensoverschrijdende vrijstelling zal beschikbaar zijn vanaf 15 april 2025

Sinds 1 januari 2025 kunnen in België gevestigde btw-plichtigen, onder de geldende voorwaarden, de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen ook toepassen in andere lidstaten die deze regeling hebben ingevoerd (SME-regeling). Daarvoor moeten zij zich wel registreren via een module in Intervat. Die module is nog ontwikkeling. In principe zou ze beschikbaar zijn vanaf 3 maart 2025 maar de fiscus heeft laten weten dat die datum wordt uitgesteld naar 15 april 2025.

Belgische btw-plichtigen die deze vrijstellingsregeling nu al in een andere lidstaat willen toepassen, zullen zich rechtstreeks tot de belastingadministratie van die lidstaat moeten richten.


FOD Financiën, nieuwsbericht, 26 februari 2025

Grondwettelijk Hof ziet geen probleem in afschaffing verlaagde btw voor verkopen van na afbraak heropgerichte woningen

Vanaf 2024 is het verlaagd btw-tarief van 6% niet langer van toepassing voor de verkoop van na afbraak heropgerichte woningen die aan de zogenaamde sociale voorwaarden voldoen. De fiscus voorzag voor projecten waarbij de omgevingsvergunning uiterlijk 30 juni 2023 was aangevraagd, in een overgangsregeling die ondertussen is verlengd tot 30 juni 2025.

Aan het Grondwettelijk Hof werd gevraagd of het belasten met 21% btw van de verkoop van na afbraak heropgerichte woningen die aan de sociale voorwaarden voldoen, geen schending inhoudt van het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie in vergelijking met het geval waar bouwheren woningen die aan diezelfde sociale voorwaarden voldoen, aan 6% btw kan laten afbreken en heropbouwen.

Volgens het Hof zijn enerzijds die verkoop en anderzijds het geval waarin een bouwheer zelf in eigen opdracht een huis laat bouwen, geen soortgelijke handelingen. Noch discrimineert die nieuwe regeling de bouwpromotoren (die de woningen verkopen) ten opzichte van aannemers (die de werken voor de bouwheer uitvoeren). Het verschil in behandeling tussen die twee categorieën van btw-plichtigen is volgens het Hof voldoende gerechtvaardigd.

Ook al is dit arrest minder goed nieuws voor de bouwpromotoren, de 6% btw op de verkoop van na afbraak heropgerichte woningen zal binnenkort zijn herintrede maken. Dat plan is namelijk opgenomen in het recente regeerakkoord. Daarbij is het wel de bedoeling de maximum oppervlakte te beperken tot 175 vierkante meter (i.p.v. 200).


Gr. Hof, arrest 30/2025, 20 februari 2025

Problemen bij aanvraag tot terugbetaling btw-tegoeden van januari 2025

Met ingang van 1 januari 2025 treedt gefaseerd de nieuwe btw-ketting in werking. Een van de nieuwe maatregelen is dat de aanvraag via de btw-aangifte van de terugbetaling van een btw-tegoed enkel betrekking heeft op het tegoed van die aangifte (rooster 72). 

Omdat een btw-tegoed maar terugbetaald wordt als het minstens 50 euro bedraagt, voorziet de fiscus in een nieuwe validatieregel in Intervat dat de aanvraag tot terugbetaling niet kan worden aangevinkt als er in het rooster 72 niets of een bedrag van minder dan 50 euro is vermeld.

Tot 30 september 2025 geldt er echter een overgangsregeling waarbij de aanvraag in de btw-aangifte tot terugbetaling van het btw-tegoed nog steeds betrekking heeft op het volledige tegoed op de btw-rekening-courant.

Maar de fiscus had voormelde validatieregel al geactiveerd in Intervat waardoor btw-plichtigen de aanvraag tot terugbetaling van het tegoed op hun btw-rekening-courant niet konden aanvinken als er in het rooster 72 niets of een bedrag van minder dan 50 euro is vermeld.

De fiscus heeft laten weten dat voormelde validatieregel ondertussen werd gedeactiveerd. Btw-plichtigen die hun maandaangifte met betrekking tot de handelingen van januari 2025 al hebben ingediend zonder de aanvraag tot terugbetaling van hun btw-tegoed te hebben kunnen aanvinken, kunnen die aangifte ofwel nog wijzigen tot en met 20 februari 2025 (verbeterende btw-aangifte), ofwel gebruik maken van de mogelijkheid om teruggaaf te vragen buiten de aangifte (schrijven naar het bevoegde btw-kantoor).


FOD Financiën, nieuwsbericht, 18 februari 2025

Digitalisering certificaat btw-vrijstelling voor diplomatieke en consulaire betrekkingen, internationale organisaties en dergelijke

Artikel 151 van de btw-richtlijn voorziet onder bepaalde voorwaarden in een btw-vrijstelling voor onder meer goederenleveringen en diensten in het kader van diplomatieke en consulaire betrekkingen of aan bepaalde internationale organisaties.

Om die vrijstelling vandaag in België toe te passen, moet er gebruik gemaakt worden van een ‘vrijstellingsdocument’. Dat kan naargelang het geval gaan om een e-certificaat, een document 450 of een certificaat 151 (Europese certificaat voor vrijstelling van btw en accijnzen). In bijzondere gevallen kan gebruik gemaakt worden van een vergunning voor ontheffing van visum, of voor bepaalde Europese instellingen een bestelbon of een specifieke vermelding in het contract.

Bij het certificaat 151 of het document 450 gaat het vandaag nog steeds om papieren documenten. De Europese Raad heeft op haar vergadering van 18 februari 2025 een voorstel van richtlijn (document 16628/24) en een voorstel van uitvoeringsverordening (document 16629/24) aangenomen die deze procedure digitaliseren. Tegelijk werd ook de bijlage met het model van het papieren certificaat 151 geactualiseerd.

De nieuwe procedure komt er kort gezegd op neer dat de afnemer van de vrijgestelde goederenlevering of dienstverrichting (de ‘begunstigde instelling of persoon’) het certificaat afgeeft en het samen met de lidstaat van ontvangst (de lidstaat waar de vrijstelling wordt toegepast) ondertekent langs elektronische weg. De begunstigde die het certificaat voor de btw-vrijstelling ondertekent, zal zelf steeds aansprakelijkheid zijn voor de btw die op de goederenlevering of dienst verschuldigd is als zou blijken dat toch niet aan alle voorwaarden voor die vrijstelling is voldaan.

De technische details en specificaties met betrekking tot het elektronische formaat van het certificaat en de verwerking ervan zullen nog door de Commissie ter beschikking gesteld worden. De Commissie zal ook de ontwikkeling, het onderhoud, de hosting en het technische beheer uitvoeren van het centrale IT-systeem voor de opslag en verwerking van de elektronische certificaten.

Uiterlijk 30 juni 2031 moeten de lidstaten aan deze nieuwe regeling voldoen, maar voor handelingen verricht tot en met 30 juni 2032 kunnen de lidstaten nog gebruik blijven maken van een papieren versie van het certificaat 151, of een door hun gebruikte papieren versie van een ander document of een ander elektronisch systeem (overgangsregeling).

Fiscus past ten onrechte nalatigheidsinteresten toe

Sinds 1 januari 2025 treedt gefaseerd de nieuwe btw-ketting in werking. In principe wordt de indienings- en betalingsdeadline niet langer verlengd naar de eerstvolgende werkdag als die op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt. Maar de fiscus besliste in januari 2025 dat deze tolerantie toch tot 30 september 2025 behouden blijft. Enkel voor maandaangevers blijft ze zelfs daarna ook behouden.

De btw-kwartaalaangifte en de bijzondere btw-aangifte (629) met betrekking tot het vierde kwartaal 2024 konden daardoor ingediend en betaald worden tot 27 januari 2025.

Maar door een technisch probleem kon de fiscus geen rekening houden met de betalingen die tussen 24 en 27 januari 2025 zijn verricht waardoor ten onrechte nalatigheidsinteresten aangerekend werden. De fiscus laat weten dat de correctie hiervan in gang is gezet en zo snel mogelijk zal worden uitgevoerd. De btw-plichtige zelf of zijn vertegenwoordiger moet geen actie ondernemen.

Is het volledige btw-bedrag vóór 27 januari 2025 betaald, zullen de nalatigheidsinteresten volledig geannuleerd worden.

Werd de verschuldigde btw maar deels vóór deze datum betaald, dan zal de fiscus de werkelijk verschuldigde nalatigheidsinteresten herberekenen.

En voor btw-plichtigen die de ten onrechte opgelegde nalatigheidsinteresten al hebben betaald zal de fiscus het toegekende bedrag verrekenen bij de volgende aangifte.


Fisconetplus, nieuwsbericht, 10 februari 2025