Maandelijkse btw-teruggaaf vanaf 2020 mogelijk voor startende ondernemingen

Als voor een bepaalde aangifteperiode de aftrekbare btw de verschuldigde btw overtreft, wordt dat saldo in het voordeel van de btw-plichtige automatisch naar het volgende tijdvak (aangifteperiode) overgedragen (art. 47, 2de  lid Wbtw en art. 81, § 1 KB nr. 4). Dat bedrag wordt dan als een tegoed op de fiscus ingeschreven op de btw-rekening-courant van de btw-plichtige (waar het eventueel verrekend wordt met een andere nog openstaande btw-schuld).

Terugbetaling btw-tegoeden: normale regeling
In principe is voorzien dat deze tegoeden bij het einde van het kalenderjaar, op uitdrukkelijk verzoek van de btw-plichtige, terugbetaald worden binnen de drie maanden na het verstrijken van het kalenderjaar (art. 76, § 1, 1ste lid Wbtw). Maar de wet voorziet ook dat btw-tegoeden vroeger terugbetaald kunnen worden (art. 76, § 1, 3de lid Wbtw en art. 8, § 2 KB nr. 4). Die maatregel houdt in dat btw-plichtigen elk kwartaal hun btw-tegoed kunnen terugvragen (los van de bijzondere vergunning voor maandelijkse btw-teruggaaf), als dat tegoed minstens gelijk is aan:

245 euro voor zover het gaat om een tegoed na het laatste aangiftetijdvak (december of 4de kwartaal);
615 euro voor tegoeden van kwartaalindieners na het 1ste, 2de of 3de kwartaal;
1.485 euro voor tegoeden van maandindieners na het 1ste, 2de of 3de kwartaal.

De uitdrukkelijke aanvraag van de btw-plichtige voor de terugbetaling van de btw-tegoeden gebeurt door het daarvoor bestemde vak aan te kruisen op de periodieke btw-aangifte van:

elk kwartaal, als het om een kwartaalindiener gaat;
maart, juni, september en december, als het om een maandindiener gaat.

En in alle voornoemde gevallen van teruggaaf stelt de fiscus als voorwaarde voor de teruggaaf dat de btw-plichtige zijn periodieke aangifteverplichtingen is nagekomen.
Als hij om teruggaaf vraagt, krijgt de btw-plichtige in principe zijn btw-tegoed terugbetaald na een periode van drie maanden volgend op het kwartaal waarvoor de teruggaaf is gevraagd. In de praktijk gebeurt de terugbetaling in het begin van die derde maand.

Terugbetaling btw-tegoeden: bijzondere regeling
Omdat onder de gewone teruggaafregeling er meerdere maanden kunnen verstrijken tussen het moment dat het btw-tegoed enerzijds ontstaat en anderzijds aan de btw-plichtige wordt terugbetaald, en sommige btw-plichtigen door de aard van hun activiteiten zich in een vorm van ‘permanente’ toestand van btw-tegoed bevinden, is voorzien in een bijzondere procedure waarbij btw-tegoeden maandelijks terugbetaald worden.
Daartoe is uiteraard eerst en vooral vereist dat de btw-plichtige zijn btw-aangifte maandelijks indient. Verder moet zijn omzet voor minstens 30% bestaan uit specifiek omschreven handelingen (vrijstellingen wegens uitvoer of IC-leveringen, verlaagd tarief in de bouwsector, …) en moet hij tijdens het voorbije jaar een btw-tegoed van minstens 12.000 euro hebben opgebouwd. Als hij aan deze voorwaarden voldoet kan hij op zijn bevoegd btw-kantoor een vergunning vragen om zijn btw-tegoeden maandelijks terugbetaald te krijgen.
​
Versoepeling voor startende ondernemingen
Voor startende ondernemingen voorziet de wetgever vanaf 2020 in een versoepeling van de voorwaarden voor de maandelijkse teruggaaf van btw-tegoeden. Dergelijke ondernemingen beschikken vaak nog niet over een grote financiële basis en kunnen dan ook bepaalde liquiditeitsproblemen ondervinden. Bovendien komen zij niet in aanmerking voor de voormelde gunstregeling van maandelijkse teruggaaf, omdat zij nog geen btw-tegoed in een vorig jaar hebben opgebouwd.
Daarom breidt de wetgever de maandelijkse teruggaaf uit naar de btw-tegoeden van minstens 245 euro die voortkomen uit een tijdvak dat valt binnen de vierentwintig maanden die volgen op de datum van aanvang van de economische activiteit van de onderneming (artikel 81, § 2, 1ste lid, 4° KB nr. 4). Ze moeten dan wel hun btw-aangiften van het lopende jaar tijdig en langs elektronische weg ingediend hebben.
De fiscus behoudt zich wel het recht voor om de vergunning voor de maandelijkse teruggaaf voor starters tijdelijk of definitief in te trekken als:

ze hun vergunning verkregen hebben op grond van een onjuiste verklaring (wat zeer raar is want het KB voorziet voor starters niet dat zij een vergunning moeten aanvragen – artikel 81, § 5, 1ste lid KB nr. 4, waar de voorwaarde van een verklaring wordt opgelegd om de vergunning te bekomen, verwijst enkel naar de teruggaf ingevolge voormelde 30%-regel, niet naar de nieuwe teruggaafregeling voor starters);
ze hun btw-verplichtingen niet nakomen;
de fiscus vermoedt of bewijzen heeft dat de ingediende btw-aangiftes onjuistheden bevatten en het btw-tegoed daarom wordt ingehouden.

KB 29 augustus 2019, B.S. 5 september 2019

Verlenging commerciële nummerplaten

België kent twee soorten commerciële nummerplaten voor voertuigen:

Handelaarsplaten, die beginnen met de letter ‘Z’ (voor bromfietsen ‘SZ’;
Proefrittenplaten, die beginnen met de letters ‘ZZ’ (voor bromfietsen ‘SZZ’).

De commerciële nummerplaten zijn geldig voor een kalenderjaar (of indien minder tot 31 december). Handelaars die hun commerciële nummerplaten willen verlengen voor een jaar, moeten dit aanvragen tussen 1 oktober en 31 december (na deze periode is geen verlenging meer mogelijk en moet de handelaar de die nummerplaat laten schrappen via bpost). Die verlenging gebeurt door het btw-attest, af te leveren door het bevoegd btw-kantoor. Hou er rekening mee dat de kantoren van de fiscus vanaf 25 december gesloten zijn tot na Nieuwjaar.

Handelaarsplaten
Voor het verkrijgen van het btw-attest voor een aanvraag van een handelaarsplaat of de verlenging ervan, moet hetzelfde formulier worden gebruik (klik hier). Het ingevulde formulier kan met de post maar ook via mail verzonden worden naar het bevoegd btw-kantoor.
Let er ook op dat je bij een aanvraag voor hernieuwing van een of meer handelaarsplaten (dus voor elk gevraagd btw-attest) de kopies van de verkoopfacturen bijvoegt waaruit blijkt dat je op jaarbasis 12 voertuigen verkocht hebt aan eindgebruikers. Belangrijk is dat de fiscus nu eindelijk bevestigt dat ook de verkopen van voertuigen naar het buitenland (zoals uitvoer en intracommunautaire leveringen) meetellen om te bepalen of je minstens 12 voertuigen per jaar hebt verkocht (wij hebben hier vorig jaar over gemaild met de centrale diensten naar aanleiding van de weigering door sommige btw-controlekantoren die met dergelijke verkopen ten onrechte geen rekening wilden houden).
Is de aanvraag in orde, dan stuurt de fiscus het btw-attest rechtstreeks naar de DIV. Die bezorgt je dan per post de sticker (voor op de nummerplaat) samen met het nieuwe inschrijvingsbewijs.

Proefrittenplaten
Ook voor de jaarlijkse verlening van proefrittenplaten moeten btw-attesten worden uitgereikt. De procedure is dezelfde zoals voor handelaarsplaten (klik hier voor het formulier), met dit verschil dat er geen verantwoordingsstukken moeten worden toegevoegd.

FOD Financiën, bericht 4 september 2019​
​

Fiscus kon op papier ingediende btw-aangiften tijdelijk niet verwerken

De fiscus heeft tussen 17 juli en 22 augustus 2019 de op papier ingediende periodieke btw-aangiften niet kunnen verwerken omwille van een technisch probleem. Dat is ondertussen verholpen de al die aangiften zijn ondertussen opgenomen in de btw-rekening-courant van de btw-plichtige.
De fiscus zal alles in het werk stellen opdat de betrokken btw-plichtigen​ hiervan geen nadelige gevolgen zullen ondervinden. 
Tot daar de mededeling van de fiscus. Let dus goed op het uittreksel van de btw-rekening-courant en controleer dat er toch niet ten onrechte boetes zijn opgelegd waarvoor dan een verzoek tot ontheffing moet worden ingediend.

FOD Financiën, bericht 6 september 2019​
 

KB voert diverse btw-aanpassingen door

De fiscus voert een aanpassing door van een aantal uitvoeringsbepalingen met betrekking tot enkele wetswijzigingen van de afgelopen jaren. Ook schaft hij het vignet 904 (controle betaling btw inzake vervoermiddelen) af (KB van 28 juni 2019, B.S. 12 juli 2019).

Aangifte aanvang, wijziging of stopzetting btw-activiteit
Btw-plichtigen moeten de fiscus op de hoogte brengen van de aanvang, een wijziging of de stopzetting van hun btw-activiteit(en). Daarvoor moeten respectievelijk de formulieren 604A, 604B en 604C gebruikt worden.
De wet van 29 november 2017 voerde de mogelijkheid in om via een KB voormelde formulieren elektronisch te kunnen of te moeten indienen. Artikel 6 van het KB nr. 10 zal voorzien in een verplichte elektronische indiening ervan (behalve voor zij die niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze verplichting te voldoen). De fiscus werkt momenteel nog aan de ontwikkeling van de elektronische toepassing die hiervoor nodig is. Hij voorziet dat deze beschikbaar zal zijn ten laatste vanaf 1 januari 2020, de datum waarop voormelde bepaling in werking treedt.

Kleine onderneming – nihillisting
De Programmawet van 1 juli 2016 (B.S. dd. 4.7.2014) schafte de verplichting af voor vrijgestelde kleine ondernemingen om de jaarlijkse klantenlisting in te dienen als dit een nihillisting is. Dat is het geval als op de klantenlisting geen afnemers vermeld moeten worden omdat:

ze geen Belgisch btw-nummer hebben;
of indien wel, de jaarlijkse omzet met die klant niet meer bedraagt dan €250.

Maar volgens artikel 4 van het KB nr. 19 zijn ze wel nog verplicht hun jaarlijkse omzet aan de fiscus mee te delen. Dat artikel wordt nu aangepast zodat vrijgestelde kleine ondernemingen die geen jaarlijkse klantenlisting moeten indienen, wettelijk niet langer verplicht zijn om hun jaarlijkse omzet aan de fiscus mee te delen. De wet wordt dus aangepast aan de praktijksituatie van de laatste jaren.

Maandelijkse teruggaaf
Btw-plichtigen, met uitzonderingen van de buitenlandse btw-plichtigen die in België voor de btw zijn geïdentificeerd via een vooraf erkend persoon (globaal aansprakelijke vertegenwoordiger), die hun periodieke btw-aangifte maandelijks indienen, kunnen een vergunning vragen om hun btw-tegoeden die uit die periodieke btw-aangiften blijken, maandelijks terugbetaald te krijgen.
Hiertoe moeten de volgende voorwaarden vervuld zijn:

het btw-tegoed na het indienen van de maandaangifte bedraagt minstens 245 euro;
tijdens het verstreken kalenderjaar bedroeg het btw-overschot het voordeel van de btw-plichtige minstens 12.000 euro;
tijdens het verstreken kalenderjaar realiseerde de btw-plichtige minstens 30% van zijn omzet uit handelingen die in specifieke lijst zijn opgenomen, zoals onder meer vrijgestelde intracommunautaire leveringen, handelingen vrijgesteld wegens uitvoer, werk in onroerende staat in België waarvoor de btw naar de afnemer wordt verlegd en diensten onderworpen aan het verlaagd btw-tarief van 6% voor de onroerende sector;
alle btw-aangiften met betrekking tot de handelingen van het lopende jaar moeten ingediend zijn uiterlijk de twintigste van de maand na de maand op het einde waarvan het door de Staat verschuldigde bedrag blijkt.

Op 1 januari 2016 voerde de fiscus een verlaagd tarief van 6% in voor gebouwen bestemd voor onderwijs en leerlingenbegeleiding. Die handelingen tellen nu ook mee als omzet voor de berekening van voormelde 30%-drempel.

Vignet 904
Als een voertuig voor de eerste keer in België wordt ingeschreven, moet op die aanvraag in principe een vignet 705 worden gekleefd door de douanediensten om het communautaire karakter van het voertuig aan te tonen. Op diezelfde aanvraag tot inschrijving moet ook het vignet 904 worden gekleefd. Dat vignet wordt uitgereikt door de leverancier die het voertuig met aanrekening van Belgische btw heeft verkocht aan diegene op wiens naam  het voor eerst in België wordt ingeschreven. Als die leverancier niet in België is gevestigd en de klant moet zelf de btw op de levering voldoen, dan moet de klant dat vignet opstellen. In feite is dat vignet een verklaring dat aan de btw-verplichtingen met betrekking tot het vervoermiddel is voldaan.
Door de verbeteringen aan de gegevensuitwisseling met de administratie van de douane en de controle die ze uitvoert bij het uitreiken van een vignet 705, is het volgens de wetgever niet langer opportuun om de verplichting tot het uitreiken van het vignet 904 in stand te houden. Door de afschaffing van KB nr. 47 verdwijnt dus de verplichting tot uitreiking van het vignet 904.

KB van 28 juni 2019, B.S. 12 juli 2019

Klantenlisting en IC-opgave kunnen nu ook via excelbestand ingediend worden

De fiscus stelt op zijn website modellen ter beschikking van excelbestanden voor het indienen van de jaarlijkse klantenlisting en de intracommunautaire opgave.
Belangrijk hierbij is dat de cellen alleen waarden mogen bevatten, en dus geen formules of links. Gegevens kunnen uiteraard vanuit een ander excelbestand gekopieerd en geplakt worden. 
Btw-plichtigen mogen enkel de door de fiscus voorgestelde modellen gebruiken, andere zullen verworpen worden.
Intervat bewaart de Excel-bestanden niet. Ze worden tijdens het downloaden geconverteerd en opgeslagen als XML-bestanden​.

FOD Financiën, 13 juni 2019
 

Wet btw-verlaging sterilisatie katten gepubliceerd

De wet van 6 juni 2019 voor de btw-verlaging naar 6% voor de sterilisatie van katten door dierenartsen is gepubliceerd in het Staatsblad. Deze tariefwijziging kan enkel in werking treden ​na de instemming van de Europese Unie met een wijziging van bijlage III van de btw-richtlijn.

Wet van 6 juni 2019, B.S. 26 juni 2019

Correctie van de circulaire met FAQ over deeleconomie en occasionele diensten tussen burgers

​In zijn circulaire nr. 40 dd. 05.05.2019 publiceert de fiscus een FAQ over de bijzondere regeling voor de deeleconomie en de occasionele​ diensten tussen burgers (klik hier).
In de oorspronkelijk gepubliceerde versie van de circulaire werden verkeerde grensbedragen opgenomen. Het erratum van 4 juli 2019 past die FAQ als volgt aan:

het onder de titel “Algemeen”, nr. 4, van de voormelde circulaire vermelde bedrag van “5.000 euro” moet worden vervangen door “5.100 euro”, het vermelde bedrag van “6.000 euro” moet worden vervangen door “6.130 euro” en vermelde bedrag van “6.130 euro” moet worden vervangen door “6.250 euro”;
het onder de titel “Algemeen”, nr. 5, en onder de titel “Toepassingen van de regelingen inzake btw”, nrs. 4, 7, en 9, vermelde bedrag “van 6.130 euro” moet worden vervangen door “van 6.250 euro voor het kalenderjaar 2019”;
het onder de titel “Toepassingen van de regelingen inzake btw”, nr. 17, vermelde bedrag “6.130 euro” moet worden vervangen door “6.250 euro voor het kalenderjaar 2019”.​

Fisconetplus, circulaire nr. 40, 5 mei 2019, erratum 4 juli 2019

Uitstel btw-verplichtingen – zomerregeling 2019

Naar jaarlijkse gewoonte verleent de fiscus ook deze zomer uitstel voor diverse verplichtingen. Let op, voor de MOSS-aangifte geldt geen uitstel omdat de Europese reglementering dit niet toelaat.

Btw-aangifte
De maandaangiften voor de handelingen van juni 2019 en de kwartaalaangiften voor de handelingen van het tweede kwartaal 2019, moeten in plaats van uiterlijk 22 juli 2019, ten laatste op 9 augustus 2019 ingediend zijn.
De maandaangiften voor de verrichtingen van de maand juli 2019 moeten in plaats van tegen 20 augustus 2019 ten laatste op 10 september 2019 ingediend worden.

IC-listing
De IC-listing voor de handelingen van het tweede kwartaal 2019 of de handelingen van de maand juni 2019 moet ten laatste op 9 augustus 2019 worden ingediend (in plaats van 22 juli 2019); die voor de handelingen van juli 2019 ten laatste op 10 september 2019 (in plaats van 20 augustus 2019).

Betalingen
Voor betalingen staat de fiscus geen uitstel toe. Die vervaldagen blijven dus 22 juli en 20 augustus 2019. Als de verschuldigde btw niet tijdig is betaald, zullen er automatisch nalatigheidsinteresten op de rekening-courant aangerekend worden.
Onder de volgende voorwaarden zal de fiscus die interesten automatisch annuleren:

de btw die moet worden betaald op basis van de btw-aangifte (vak 71 van de aangifte van het 2de kwartaal of juni 2019) is niet hoger is dan € 125.000;
betaling uiterlijk op 22 juli 2019 van:

de verschuldigde btw voor de vroegere kwartalen of maanden;
en, een bedrag minstens gelijk aan het bedrag ingeschreven in vak 71 van de aangifte van het eerste kwartaal, respectievelijk van de maand mei 2019;

uiterlijk op 9 augustus 2019:

​indiening van de aangifte voor de handelingen van het 2de kwartaal of de maand juni 2019;
betaling van het bedrag dat verschuldigd blijft voor de handelingen van het 2de kwartaal of de maand juni 2019.

Voor de btw van de handelingen van de maand juli 2019 is voor de automatische kwijtschelding van die nalatigheidsinteresten vereist dat:

de btw die moet worden betaald op basis van de btw-aangifte (vak 71 van de aangifte van juli 2019) is niet hoger is dan € 125.000;
betaling, uiterlijk op 20 augustus 2019 van:

al de bedragen verschuldigd voor de handelingen van juni en de vroegere maanden;
en van een som die ten minste gelijk is aan het bedrag ingeschreven in vak 71 van de aangifte voor de handelingen van juni 2019;

uiterlijk op 10 september 2019:

indiening van de aangifte van de handelingen van juli 2019;
betaling van het bedrag dat verschuldigd blijft voor de handelingen van juli 2019.

Uiteraard mogen btw-plichtigen bij de uit te voeren betalingen rekening houden met een beschikbaar creditsaldo op hun rekening-courant. Het belastingkrediet dat, per einde juli 2019, aan de voorwaarden voldoet van art. 8/1, § 2 van het KB nr. 4 om te worden terugbetaald, mag niet worden beschouwd als beschikbaar.

FOD Financiën, bericht 3 juli 2019​

Circulaire over niet-btw-heffing op schenking van andere levensnoodzakelijke goederen dan voedingsmiddelen

Als een btw-plichtige onverkochte goederen onder toezicht van de administratie laat vernietigen, moet er geen regularisatie gebeuren van de op die goederen afgetrokken btw. Als daarentegen de btw-plichtige aan zijn bedrijf een goed onttrekt en het wegschenkt, wordt deze handeling door artikel 12, § 1, 2° Wbtw, gelijkgesteld met een aan de btw onderworpen levering onder bezwarende titel, op voorwaarde dat de btw bij de aankoop van dat goed geheel of gedeeltelijk werd gerecupereerd. Dus als een handelaar goederen wegschenkt waarop hij bij de aankoop de btw heeft kunnen recupereren (bv. handelsgoederen), dan is hij over deze schenking btw verschuldigd.
De fiscus voerde op deze verplichte btw-heffing een administratie uitzondering in via zijn beslissing nr. E.T. 124.417 dd. 31.07.2013. De fiscus aanvaardt dat er geen btw verschuldigd is op het schenken van voedseloverschotten door producenten en distributiebedrijven aan voedselbanken die lid zijn van de Belgische Federatie van Voedselbanken. Eén van de voorwaarden van de niet-btw-heffing is dat de voedselbank zich ertoe moet verbinden de ontvangen goederen gratis te verdelen onder de behoeftige personen in België.
In zijn beslissing nr. E.T. 127.958 dd. 21.05.2015 breidde de fiscus deze niet-btw-heffing uit naar de schenking van voedseloverschotten aan lokale besturen en door hen erkende caritatieve instellingen. Maar opnieuw onder de voorwaarde dat die voedseloverschotten in dezelfde staat gratis worden uitgedeeld.
Al enige tijd geleden deelde de minister mee dat die regeling mogelijks uitgebreid zou worden in die zin dat de geschonken voedingsmiddelen ook nog voor andere zaken gebruikt zouden mogen worden gebruikt dan het enkel gratis uitdelen (vraag nr. 1742 dd. 12.07.2017), bv. voor het bereiden van sociale maaltijden. Die uitbreiding zou  geregeld worden in een nieuwe circulaire, maar de fiscus besliste uiteindelijk de niet-btw-heffing op het schenken van voedseloverschotten wettelijk te regelen, wat ook gebeurde door de invoering van artikel 12, § 1, 2°, b) Wbtw met de wet van 30 juli 2018 (B.S. dd. 10.08.2018).
En hoewel minister Van Overtveldt in 2015 nog stelde dat er geen mogelijkheid was om die regeling uit te breiden tot schenkingen van goederen in natura die geen voedseloverschotten zijn (bij gebrek aan een wettelijk Europees kader), keurde het parlement zo’n uitbreiding naar andere levensnoodzakelijke goederen toch goed (wet van 7 april 2019, B.S. dd. 06.05.2019). Die nieuwe bepaling, artikel 12, § 1, 2°, c) Wbtw, is van toepassing vanaf 16 mei 2019.
Voor beide uitzonderingen (voedseloverschotten en andere levensnoodzakelijke goederen) is het nog wachten op een koninklijk besluit voor het bepalen van:

de aard en de kenmerken van die goederen;
de bedoelde liefdadigheidsdoeleinden;
de omstandigheden waarin de bedoelde onverkoopbare goederen voor die doeleinden kunnen worden verstrekt;
het bedrag dat als kosten in rekening kan worden gebracht;
de vormvoorwaarden die moeten worden in acht genomen.

In afwachting van dat KB publiceert de fiscus nu een circulaire met de voorwaarden waaronder een schenking van levensnoodzakelijke goederen andere dan voedingsmiddelen niet aan btw is onderworpen en er geen herziening van de op de geschonken goederen afgetrokken btw moet gebeuren. Volgens de wet moet het gaan om levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen, die niet op duurzame wijze kunnen worden gebruikt en waarvan de intrinsieke kenmerken verhinderen dat ze, in gelijk welke schakel van het economische circuit, nog worden verkocht tegen de oorspronkelijke commercialisatievoorwaarden.

Levensnoodzakelijke goederen
Volgens de fiscus gaat het om goederen die de levenskwaliteit van personen die in armoede leven daadwerkelijk kunnen verbeteren. Het gaat enkel om goederen die noodzakelijk zijn om een menswaardig leven te leiden. Luxegoederen zijn uiteraard niet bedoeld.
Of een goed al of niet levensnoodzakelijk is , hangt niet af van het op dat goed van toepassing zijnde btw-tarief dat normaal op de levering van die goederen van toepassing zou zijn geweest, is evenwel niet relevant.

Geen duurzaam gebruik
Enkel de verbruiksgoederen zijn bedoeld. Duurzame goederen zijn niet bedoeld om de risico’s op het ontstaan van parallelle circuits en concurrentieverstoring te beperken.

Geen verkoop tegen oorspronkelijke commercialisatievoorwaarden mogelijk
Volgens de wet moet het gaan om goederen waarvan de intrinsieke kenmerken verhinderen dat ze, in gelijk welke schakel van het economische circuit, nog worden verkocht tegen de oorspronkelijke commercialisatievoorwaarden, of anders gezegd, niet meer in normale omstandigheden kunnen worden gecommercialiseerd.
Dat kan te maken hebben met:

het bederfelijk karakter van het goed (bijvoorbeeld basisgeneesmiddel waarvan houdbaarheidsdatum is verstreken);
beschadigde verpakking (kan ook gaan om verouderde verpakking, bijvoorbeeld verpakkingen met het oude logo van de producent);
het goed beantwoordt niet langer aan de productienormen van de producent;
goederen die slechts tijdelijk gecommercialiseerd worden (buiten die periode zijn deze goederen veel moeilijker verkoopbaar, tenzij belangrijke kortingen worden toegekend).

Voorbeelden
Voorbeelden van goederen die volgens de wetgever onder deze regeling kunnen vallen, zijn:

essentiële hygiëneproducten zoals zeep, shampoo, tandpasta en tandenborstels;
schoonheids- en basisverzorgingsmiddelen zoals reinigingscrème, scheermesjes en scheerschuim;
basisgeneesmiddelen voor de huisapotheek, zoals aspirines, verband en ontsmettingsmiddelen;
huishoudmiddelen zoals vloerreinigers, wasproducten en vuilniszakken;
producten voor baby’s en kleine kinderen, zoals luiers, aangepaste zeep en shampoo;
school- en kantoorbenodigdheden, zoals balpennen, potloden en boekentassen;
toiletpapier en wegwerphanddoeken;
spelletjes en speelgoed;
kleding en schoenen;
keukengereedschap, zoals kookpotten en pannen;
basisgoederen voor huiselijk comfort, zoals huishoudlinnen.

Elektrische huishoudelijke apparaten (microgolfovens, kookplaten, droogkasten, enzovoort), meubilair, matrassen, kinderwagens, voertuigen en grasmaaiers zijn dan weer goederen die volgens de wetgever niet bedoeld zijn.

Hoedanigheid van de schenker
De bijzondere regeling geldt niet alleen voor de schenkingen van de bedoelde goederen door producenten en distributiebedrijven. Zij ziet ook op schenkingen door btw-plichtigen die de goederen hebben aangekocht om ze in het kader van hun economische activiteit te gebruiken.

Hoedanigheid begunstigde
De niet-btw-heffing geldt enkel voor de schenkingen van voormelde goederen aan:

een lokale, gemeentelijke, intercommunale, provinciale, gemeenschaps-, gewestelijke of federale administratie of overheid in het kader van hun opdrachten tot het verdelen van materiële hulp aan behoeftige personen;
elke caritatieve organisatie erkend door een hiervoor vermelde overheid:

zij moet zich bij de bevoegde overheid (bevoegd voor het sociaal beleid op het niveau dat overeenkomt met het werkgebied van de caritatieve organisatie – lokaal, provinciaal, regionaal of nationaal) kenbaar maken als een caritatieve organisatie;
zij heeft een sociale bestaansreden, wat onder meer blijkt uit haar doelstelling die bestaat in het verlenen van hulp die zij over het algemeen laat samengaan met sociale begeleiding van hulpbehoevenden;
zij heeft op voorhand met de bevoegde overheid (bijvoorbeeld het OCMW van de gemeente waarin zij actief is) een overeenkomst gesloten, waarin een vertegenwoordiger van die overheid bevestigt dat de betreffende caritatieve organisatie:

gekend is als organisatie die zich inzet voor de strijd tegen de armoede en voor de bedeling van niet-voedingsmiddelen;
in staat is de gratis ontvangen goederen in goede omstandigheden te verdelen;
er zich toe verbindt de bedoelde goederen niet voor commerciële doeleinden te gebruiken en ze daadwerkelijk gratis uit te delen uitsluitend onder de behoeftige personen.

De bijzondere regeling kan ook van toepassing zijn als de betrokken goederen worden geschonken aan een verdeelplatform dat:

zich bij de bevoegde overheid (zie hiervoor) kenbaar maakt als verdeelplatform;
geen winstoogmerk nastreeft;
uitsluitend activiteiten ontplooit die rechtstreeks verband houden met liefdadigheidsdoeleinden;
een sociale bestaansreden heeft (wat onder meer blijkt uit haar doelstelling, opgenomen in de statuten/oprichtingsakte, die bestaat in het verlenen van hulp aan behoeftige personen);
op voorhand met de bevoegde overheid een overeenkomst heeft gesloten, waarin een vertegenwoordiger van de overheid bevestigt dat het verdeelplatform:

gekend is als verdeelorganisatie gericht op de bedeling van materiële hulp aan behoeftige personen;
in staat is de door de btw-plichtige schenkers geschonken goederen op een correcte manier op te halen, te vervoeren, te bewaren, te stockeren om ze vervolgens aan te bieden aan de behoeftige(n);
in staat is de geschonken goederen gratis (of tegen een geringe bijdrage, zie verder) in goede omstandigheden te verdelen aan de hiervoor vermelde overheid of caritatieve instelling die de goederen verder zullen verdelen aan de behoeftigen;
er zich toe verbindt de betreffende goederen niet voor commerciële doeleinden te gebruiken en die goederen daadwerkelijk gratis (of tegen een geringe bijdrage, zie verder) uitsluitend uit te delen aan de voormelde overheid/caritatieve instelling;

zowel met de schenkers als de overheid/caritatieve instellingen een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten.

Als de btw-plichtige de goederen rechtstreeks schenkt aan de behoeftige(n), dan is deze bijzondere regeling niet van toepassing.

Bestemming van de goederen
De voormelde instellingen die de bedoelde goederen ontvangen, moeten deze in het kader van de armoedebestrijding verdelen onder de behoeftige personen. De wettekst zelf bepaalt niet dat de geschonken goederen door de begunstigde van de schenking gratis uitgedeeld moeten worden. Maar volgens de fiscus is dat wel een basisveronderstelling van de niet-btw-heffing op de schenking. Toch aanvaardt hij dat de begunstigde van de schenking aan de behoeftigen een beperkte bijdrage vraagt die hoogstens de kosten van vervoer, verpakking en opslag dekt. De fiscus aanvaardt dat dit het geval is voor sociale kruideniers die onder de btw-vrijstelling voor maatschappelijk werk (artikel 44, § 2, 2° Wbtw) de goederen tegen geringe bijdrage verdelen aan de behoeftige personen en op bijkomstige wijze verkopen aan andere natuurlijke personen voor zover zij de uit deze verkopen verkregen inkomsten uitsluitend gebruiken voor de financiering van hun caritatieve activiteiten als sociale kruidenier.
Ook voormelde verdeelplatformen mogen aan de overheid/caritatieve instellingen een beperkte bijdrage vragen voor de door hen gedragen algemene onkosten, maar zij mogen onder geen beding winst nastreven en hun eventuele financiële overschotten moeten beperkt blijven en mogen niet worden uitgekeerd. Als zo’n verdeelplatform zou worden ontbonden, dan moeten de eventuele overblijvende activa toekomen aan een belangloos doel.

Formaliteiten
Een document moet worden opgemaakt waarin de begunstigde bevestigt de goederen gratis te hebben gekregen zich ertoe verbindt die goederen niet voor commerciële doeleinden te zullen gebruiken, maar ze in het kader van een sociale actie, gratis (of tegen een geringe bijdrage, zie hiervoor) te zullen uitdelen onder behoeftige personen.
Dat document moet, per schenking, uiterlijk de vijftiende dag van de maand na die waarin de schenking heeft plaatsgevonden worden opgemaakt in twee exemplaren, ondertekend door beide partijen, en vermeldt:

de datum waarop de begunstigde bezit heeft genomen van de goederen;
de (maatschappelijke) benaming, het adres en het btw-identificatienummer van de belastingplichtige-schenker;
de (maatschappelijke) benaming, het adres en het ondernemingsnummer van de begunstigde van de schenking;
een volledige en correcte omschrijving van de geschonken goederen;
de weggeschonken hoeveelheden (per aantal).

De fiscus aanvaardt dat die documenten per schenking vervangen worden door een verzameldocument waarin alle schenkingen van de afgelopen maand worden gegroepeerd en dat dezelfde vermeldingen als hiervoor bevat, met uitzondering van de data van de schenkingen (het document verwijst globaal naar de maand van de schenkingen). De btw-plichtige schenkers moeten van de schenkingen gedetailleerde gegevens bewaren.
Ook voor verdeelplatformen gelden deze formele verplichtingen. Zij moeten enerzijds als begunstigde zo’n document met hun btw-plichtige schenkers opmaken en anderzijds moeten zij met de overheid/caritatieve instellingen aan wie ze de goederen verdelen ook zo’n document opmaken. Bovendien moet een verdeelplatform dat deze bijzondere regeling wil toepassen, een gedetailleerd register voor de inkomende goederen (ontvangen van de btw-plichtige schenkers) en een gedetailleerd register voor de verdeelde goederen (aan de overheid/caritatieve instellingen) houden.

Fisconetplus, circulaire nr. 48, 13 juni 2019​

KB nr. 59 over handelsgeschenken van geringe waarde en schenking van voedseloverschotten

Artikel 12, § 1, 2° Wbtw werd afgelopen tijd meermaals gewijzigd om ervoor te zorgen dat btw-plichtigen niet langer btw verschuldigd zijn op het schenken van voedseloverschotten en andere levensnoodzakelijke goederen. Het koninklijk besluit waarin deze maatregelen verder moesten worden uitgewerkt, samen met de criteria om btw-vrij handelsmonsters en handelsgeschenken te kunnen weggeven, is nu gepubliceerd. Maar het beperkt zich enkel tot de handelsgeschenken van geringe waarde en de schenkingen van voedingsmiddelen voor liefdadigheidsdoeleinden. Voor de schenking van andere levensnoodzakelijke goederen gelden voorlopig nog steeds de bepalingen opgenomen in de circulaire nr. 48 van 13 juni 2019 (klik hier voor meer info).

Handelsgeschenken van geringe waarde
Als een btw-plichtige handelsgeschenken van geringe waarde weggeeft, dan kan hij de btw op de aankoop van die goederen toch aftrekken. En als hij die goederen reeds in voorraad had, dan is hij op de onttrekking ervan om ze gratis weg te geven geen btw verschuldigd. Maar het moet dan wel gaan om goederen:

die verstrekt worden in het kader van handelsrelaties;
die niet doorverkocht mogen worden door de begunstigde in het kader van een economische activiteit;
waarvan de aankoopprijs, of de normale waarde als er geen aankoopprijs is, lager is dan 50 euro exclusief btw.

In zijn circulaire nr. 32 van 29 mei 2017 stelt de fiscus ook nog dat enkelvoudige vouchers, onder de gestelde voorwaarden, als een handelsgeschenk van geringe waarde beschouwd kunnen worden.

Voedingsmiddelen voor liefdadigheidsdoeleinden
Om zonder btw-heffing door een btw-plichtige geschonken te kunnen worden, moet het gaan om:

voedingsmiddelen, met inbegrip van dranken andere dan geestrijke dranken, die:

bestemd zijn voor menselijke consumptie;
nog geschikt zijn voor menselijke consumptie;

die niet meer verkocht kunnen worden tegen de normale commercialisatievoorwaarden wegens één of meer van de volgende redenen:

de houdbaarheidsdatum van het goed verstrijkt ten laatste vijf dagen na de datum van de onttrekking van het goed;
de verpakking van het goed is beschadigd of niet in overeenstemming met de commercialisatiestandaard van de fabrikant of handelaar;
het voedingsmiddel beantwoordt niet aan de productiestandaard vastgelegd door de fabrikant;
de gebruikelijke commercialisatieperiode voor het goed is verlopen.

Deze goederen moeten geleverd worden in de staat waarin ze oorspronkelijk werden verhandeld of na verwerking of bereiding, in de vorm van maaltijden of voedselpakketten, aan:

een voedselbank:

die lid is van de Belgische Federatie van Voedselbanken of van een instelling die zelf lid is van de Europese Federatie van Voedselbanken;
waarvan het doel bestaat in de verdeling van voedselhulp aan behoeftige personen via caritatieve verenigingen erkend door de voedselbanken;

een lokale, gemeentelijke, intercommunale, provinciale, gemeenschaps-, gewestelijke of federale administratie of overheid, in het kader van hun opdrachten tot het verdelen van voedselhulp aan behoeftige personen;
elke caritatieve organisatie erkend door een hiervoor vermelde overheid.

Uiterlijk de vijftiende dag van de maand na die waarin de levering van goederen werd verricht, stelt de btw-plichtige in twee exemplaren een document op, dat mee ondertekend wordt door de begunstigde organisatie en dat de volgende vermeldingen moet bevatten:

de datum waarop de begunstigde bezit genomen heeft van de goederen;
de naam of maatschappelijke benaming, het adres en het btw-identificatienummer van de btw-plichtige;
de naam of maatschappelijke benaming, het adres en het ondernemingsnummer van de begunstigde organisatie;
de aard en de hoeveelheid van de geleverde goederen – deze vermelding mag vervangen door toevoeging in bijlage van het kasticket of de scanningslijst van de geleverde goederen;
het kosteloze karakter van die levering;
een verklaring van de organisatie, voormelde administratie of voormelde overheid, op grond waarvan die zich ertoe verbindt:

de ontvangen goederen niet voor commerciële doeleinden te gebruiken;
de ontvangen goederen te bestemmen voor een sociale actie ten voordele van behoeftige personen;
geen tegenprestatie te eisen bij de verdeling van die goederen, met uitzondering van een eventuele financiële bijdrage die niet hoger is dan de uitgaven die rechtstreeks verband houden met die verdeling.

Als een btw-plichtige meerdere schenkingen doet tijdens eenzelfde maand, mag hij voormeld document vervangen door een verzameldocument waarin hij alle schenkingen van die maand groepeert. Dat verzameldocument bevat, per levering van goederen, de hiervoor opgesomde vermeldingen, met uitzondering van de data waarop de begunstigden bezit hebben genomen van de goederen. Die worden vervangen door een globale verwijzing naar de maand waarop het document betrekking heeft. Ook dit document moet worden opgesteld op uiterlijk de vijftiende dag van de maand na die waarin die goederenleveringen werden verricht.

KB nr. 59 van 28 mei 2019, B.S. 20 juni 2019
Klik hier voor de wetgevingsstukken​

KB nr. 58 legt regels vast voor de melding van de gegevens mbt een nieuw opgericht gebouw

De wet diverse bepalingen inzake btw van 30 juli 2018 (B.S. dd. 10.08.2018) wijzigde onder meer de regels inzake de verplichtingen voor bouwheren die een nieuwe woning hebben opgericht (klik hier voor meer info).
Bij de oprichting van een nieuw gebouw moet niet langer de gekende aangifte nieuwbouwwaarde ingediend worden, samen met de daarop betrekking hebbende bijlagen, zoals de plans , bestekken, facturen, … Deze aangifte moest onder de oude regeling ingediend worden binnen de drie maanden na de betekening van het kadastraal inkomen.
Die aangifte en haar bijlagen werden vervangen door de indiening van enkel een eenvoudige lijst van gegevens met betrekking tot het opgerichte gebouw via een standaardformulier waarvan het model en de indieningsmodaliteiten worden bepaald door de Koning, zonder dat alle voormelde ondersteunende documenten moeten worden meegestuurd. Deze stukken moet de bouwheer wel bewaren gedurende vijf jaar vanaf de betekening van het kadastraal inkomen en voorleggen op vraag van de fiscus.
De fiscus heeft nu, met het KB nr. 58 van 28 mei 2019 (B.S. dd. 20.06.2019), de modaliteiten van die meldingsplicht vastgelegd.

Elektronische melding
De eigenaar van een pas opgericht gebouw moet binnen de drie maanden vanaf de datum van de betekening van het kadastrale inkomen, specifieke inlichtingen verstrekken met betrekking tot het pas opgericht gebouw. Hij moet die inlichtingen meedelen langs elektronische weg (artikel 2, 1stelid KB nr. 58), tenzij hij niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikt om aan deze verplichting te voldoen.
En zolang de specifieke webtoepassing (op de internetsite van de FOD Financiën) om deze inlichtingen mee te delen nog niet beschikbaar is, moet de eigenaar die inlichtingen meedelen in een formulier dat door de administratie ter beschikking wordt gesteld. Hij kan dit per post versturen naar het adres van het Centrum KMO of het Polyvalente centrum van het ambtsgebied waarin het gebouw gelegen is. Maar hij mag dit ook doen door een email, met in bijlage een gedigitaliseerde versie (pdf, jpeg, enzovoort) van het ingevulde en ondertekende document, te verzenden naar het emailadres van voormelde dienst.
Volgens het KB moet de eigenaar die inlichtingen alleen meedelen als hij een verzoek om inlichtingen heeft ontvangen, terwijl die voorwaarde in artikel 64, § 4, 3de lid Wbtw niet terug te vinden is. Het verslag aan de Koning verduidelijkt dat die verplichting, die potentieel van toepassing is op elke eigenaar van een nieuw opgericht gebouw, zich maar zal concretiseren in hoofde van diegenen die effectief door de administratie worden verzocht om die gegevens te verstrekken.

Mee te delen inlichtingen
De inlichtingen die meegedeeld moeten worden, zijn:

het adres en het type gebouw evenals de referentie en de datum van de stedenbouwkundige vergunning afgeleverd door de bevoegde overheid;
de aard van de met betrekking tot het gebouw uitgevoerde werken (nieuwbouw of heropbouw na afbraak) en het op die handelingen toegepast btw-tarief;
de relevante architectonische kenmerken van het gebouw (bijvoorbeeld de grondoppervlakte van de verschillende verdiepingen van het gebouw, het aantal verdiepingen, de vorm van het gebouw, het type dak of de aanwezigheid van kelders of bijgebouwen);
de relevante bouwtechnieken die werden toegepast (bijvoorbeeld de installatie van zonnepanelen, warmtepompen, airco, vloerverwarming, domotica, enzovoort);
de kostprijs exclusief btw van de bouwwerken;
de door de eigenaar van het gebouw zelf uitgevoerde werken;
de informatie betreffende de mogelijke bestemming van het gebouw (bijvoorbeeld verhuur of onmiddellijke doorverkoop);
de ontbrekende contactgegevens van de contactpersoon en de handtekening van de eigenaar (voor zover die nog niet voorkomen in het document dat naar de eigenaar werd verzonden).

Voor de mededeling van de relevante architectonische kenmerken van het gebouw en de relevante bouwtechnieken gehanteerd in het gebouw, is de administratie bevoegd om de toepassingsmodaliteiten vast te leggen, net zoals voor het formulier waarin de specifieke inlichtingen moeten worden meegedeeld. Dit zal waarschijnlijk nog in een circulaire opgenomen worden.

KB nr. 58 van 28 mei 2019, B.S. 20 juni 2019
Klik hier voor de wetgevingsstukken

Gratis toegankelijk festival is niet rechtstreeks en onmiddellijk verbonden met de btw-activiteiten

Een vzw heeft enerzijds aan btw onderworpen inkomsten, voornamelijk uit inkomgelden en huuropbrengsten van standplaatsen op evenementen, zoals een kerstmarkt, openluchtrestaurant, enzovoort. Daarnaast organiseert de vzw om de twee jaar een filmfestival in het kader van ‘gezondheid’ en daarbij worden ook bijkomende activiteiten ingericht, zoals jogging, debatten, enzovoort. Dit tweejaarlijks festival wordt gratis voor het publiek ingericht.
De fiscus beschouwt de vzw dan ook als een gedeeltelijke btw-plichtige en weigert de volledige btw-aftrek op alle kosten. Op basis van een breuk met in de teller de aan btw onderworpen omzet en in de noemer diezelfde omzet verhoogd met de subsidie die de vzw voor het inrichting van het tweejaarlijks festival ontvangt, berekent de fiscus een verhoudingsgetal om de btw-aftrek te beperken.
De vzw daarentegen is van oordeel dat de kosten van de organisatie van het gratis toegankelijk festival deel uitmaken van de algemene koste van haar btw-activiteiten die recht op aftrek verlenen. Volgens haar helpt het festival om een netwerk op te bouwen en bekendheid te verwerven zodat ze andere contracten kan afsluiten die aan btw onderworpen opbrengsten genereren. Bovendien zou het festival de vzw in staat stellen om haar team fulltime aan het werk te houden tijdens het laagseizoen. Om de volledige btw-aftrek te motiveren, beroept de vzw zich op de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zaak Sveda. Daar stelde het Hof dat het gratis gebruik van een wandelpad niet wegneemt dat er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de aanleg ervan en de belastbare diensten en goederenlevering die later zullen worden verricht op diezelfde site (horeca, zwembad, …).
Maar volgens de rechter toont de vzw niet aan dat de kosten van het festival zo’n rechtstreeks verband hebben met de btw-activiteiten dat zij er niet los van kunnen worden gezien. Dat het festival gratis toegankelijk is, is op zich geen reden om de aftrek van de btw op de kosten ervan te weigeren. Maar de vzw beperkt zich in haar bewijsvoering tot loutere verklaringen en brengt geen objectieve en verifieerbare elementen aan waaruit blijkt dat het festival een integraal onderdeel is van de btw-activiteiten. Er is dus niets dat wijst op een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen het festival en de btw-activiteiten van de vzw, in tegenstelling tot de zaak Sveda waar de gratis aangeboden activiteit (het wandelpad) bedoeld was om de btw-plichtige bekendheid te doen krijgen en de bezoekers uitgenodigd worden op de plaats waar die btw-plichtige zijn activiteiten uitoefent.

Rb. Luik, rolnr. 17/1032/A, 18 oktober 2018
Fisconetplus​