Toch btw-aftrek bij buiten de daarvoor geldende vervaltermijn gecorrigeerde facturen

Gepubliceerd op 1 mei 2018

De in Portugal gevestigde btw-plichtige Biosafe, verkoopt aan Flexipiso, een andere in Portugal gevestigde btw-plichtige, uit hergebruikte banden vervaardigd rubbergranulaat. Biosafe rekende over deze leveringen het verlaagde btw-tarief van 5 % aan.
De Portugese fiscus vordert van Biosafe16 % bijkomende btw omdat het normale btw-tarief van 21 % had moeten worden toegepast. Die btw rekent Biosafe alsnog door aan Flexipiso. Maar die laatste weigert de extra btw te betalen aan Biosafe, onder het argument dat zij die bijkomende btw niet meer in aftrek kan brengen, omdat de daarvoor voorziene termijn van vier jaar reeds was verstreken op het moment dat zij de factuur voor de bijkomende btw ontving (en omdat zij vindt dat ze niet de gevolgen moet dragen van een vergissing waarvoor de leverancier verantwoordelijk was).
Hierop eist Biosafe voor de rechtbank de betaling van die bijkomende btw door Flexipiso, maar ook de rechter stelt dat Biosafe die btw niet meer kan eisen van Flexipiso​ omdat die laatste deze btw niet meer in aftrek mocht brengen.
Het is de rechter in hoger beroep tegen deze uitspraak die aan het Europese Hof van Justitie de vraag stelt of de vervaltermijn voor het recht op aftrek van die bijkomende btw reeds is beginnen lopen bij de uitreiking van de oorspronkelijke factuur, of pas bij het uitreiken van de gecorrigeerde factuur.
Het Hof herhaalt zijn vaste rechtspraak dat het recht op aftrek een basisbeginsel is van het btw-stelsel en tot doel heeft de ondernemer geheel te ontlasten van de in het kader van al zijn economische activiteiten verschuldigde of betaalde btw. Dat recht op aftrek mag dus in beginsel niet worden beperkt, maar het is wel afhankelijk gesteld van de naleving van zowel materiële voorwaarden als formele voorwaarden.
Een formele voorwaarde om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen is dat de btw-plichtige in het bezit moet zijn van een overeenkomstig de bepalingen van de btw-richtlijn opgestelde factuur (artikel 178, a) btw-richtlijn). Daaruit volgt volgens het Hof dat het recht op btw-aftrek (dat krachtens artikel 167 btw-richtlijn ontstaat op het tijdstip waarop de btw opeisbaar wordt) in beginsel pas kan worden uitgeoefend wanneer de btw-plichtige in het bezit is van een factuur.
De mogelijkheid voor de btw-plichtige om zijn recht op btw-aftrek uit te oefenen zonder enige tijdsbeperking staat haaks op het rechtszekerheidsbeginsel. Maar de vergissing in de toepassing van het btw-tarief rust uitsluitend bij Biosafe. Bijgevolg kon Flexipiso haar recht op aftrek onmogelijk uitoefenen omdat ze niet beschikte over de documenten waarbij de oorspronkelijke facturen werden gecorrigeerd en evenmin ervan op de hoogte was dat een extra btw-bedrag verschuldigd was.
Het is pas na deze correcties dat zowel de materiële als de formele voorwaarden voor het recht op btw-aftrek in hoofde van Flexipiso vervuld waren en dat Flexipiso overeenkomstig de btw-richtlijn en het daarin opgenomen beginsel van de neutraliteit, kon verzoeken om ontlast te worden van de verschuldigde of betaalde btw.
Omdat er geen aanwijzingen zijn dat Flexipiso onzorgvuldig gehandeld zou hebben voordat zij de verbeterende facturen ontving, en er evenmin sprake was van misbruik of frauduleuze samenspanning met Biosafe, kan de fiscus de aftrek bij Flexipiso niet weigeren omwille van een vervaltermijn die inging op het tijdstip waarop de oorspronkelijke facturen werden uitgereikt en die vóór de betrokken rechtzettingen was verstreken.

Dictum van het Hof:
De artikelen 63, 167, 168, 178, 179, 180, 182 en 219 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en het beginsel van fiscale neutraliteit moeten aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een wettelijke regeling van een lidstaat volgens welke in omstandigheden als die aan de orde in het hoofdgeding, waarin naar aanleiding van een belastingnavordering een extra bedrag aan belasting over de toegevoegde waarde (btw) aan de staat is afgedragen, waarvoor verschillende jaren na de levering van de betrokken goederen documenten zijn opgesteld om de oorspronkelijke facturen te corrigeren, het recht op btw-aftrek wordt ontzegd op grond dat de door die wettelijke regeling voorgeschreven termijn om dit recht uit te oefenen was ingegaan bij de uitreiking van die oorspronkelijke facturen en is verstreken.

HvJ, C-8/17, Biosafe, 12 april 2018


Heb je graag toegang tot de nieuwsberichten?

Bestaande klant?

Nieuwe klant?