Onzorgvuldige werkgever kan gehouden zijn tot betaling van btw die werknemer op valse facturen heeft vermeld

Gepubliceerd op 2 februari 2024

Een werknemer van een Poolse vennootschap die een tankstation exploiteert, heeft kassatickets voor tankbeurten van klanten, kassatickets die werden verzameld en overhandigd door andere medewerkers van dat station in ruil voor een financieel voordeel, gefactureerd aan andere btw-plichtigen zodat die laatsten de op die facturen aangerekende btw konden recupereren. Dit gebeurde zonder toestemming en buiten medeweten van de directie van die vennootschap. Deze werknemer werd na vaststelling van deze feiten ontslagen.

De voormelde facturen werden niet opgenomen in de boekhouding van de vennootschap en de erop aangerekende btw werd door deze onderneming niet aangegeven in haar btw-aangiften, noch voldaan aan de Poolse fiscus. Ingevolge een controle vordert de Poolse fiscus de op deze facturen vermelde btw in hoofde van de vennootschap. Hij baseert zich hiervoor op artikel 203 btw-richtlijn. Dat stelt dat de btw verschuldigd is door eenieder die deze belasting op een factuur vermeldt.

Volgens de Poolse fiscus heeft de vennootschap niet de nodige zorgvuldigheid betracht om te voorkomen dat voormelde facturen werden uitgereikt. Het is net door het gebrek aan passend toezicht en adequate organisatie dat de voorzitter van de raad van bestuur van die vennootschap de valse facturering pas heeft ontdekt naar aanleiding van de uitgevoerde btw-controle. Bijgevolg kan de betrokken werknemer niet worden beschouwd als een derde ten opzichte van de vennootschap.

Het Hof benadrukt het doel van artikel 203 btw-richtlijn, met name het wegnemen van elk risico op derving van belastinginkomsten dat zou kunnen voortvloeien uit het bij de btw-richtlijn toegekende recht op aftrek. Dat artikel is dus van toepassing als er ten onrechte btw is gefactureerd en degene die de factuur heeft ontvangen, mogelijk zijn recht op aftrek van die aangerekende btw zal uitoefenen. Dat is in deze volgens het Hof ook het geval.

Voor de toepassing van artikel 203 btw-richtlijn is niet vereist dat die persoon die de btw vermeldt een btw-plichtige moet zijn opdat die btw verschuldigd zou zijn. Dat blijkt uit het gebruik van de term ‘eenieder’. Maar die term kan wegens zijn algemene en ongedifferentieerde karakter zowel verwijzen naar de btw-plichtige als naar de werknemer.

Eén van de doelstellingen van de btw-richtlijn is het vermijden van fraude en misbruik. Maar artikel 203 btw-richtlijn zo uitleggen dat de ogenschijnlijke uitreiker (de vennootschap wiens gegevens erop vermeld zijn en haar identiteit als btw-plichtige heeft laten misbruiken) van een frauduleuze factuur waarop de btw is vermeld, de persoon is die de btw vermeldt, is strijdig met dit doel als die ogenschijnlijke uitreiker te goeder trouw is en de fiscus de identiteit kent van de persoon die de valse factuur daadwerkelijk heeft uitgereikt. Het is in zo’n geval de daadwerkelijke uitreiker van de valse factuur die in het kader van artikel 203 btw-richtlijn moet worden beschouwd als de ‘persoon die de btw vermeldt’.

Maar uit de rechtspraak van het Hof volgt ook dat als er aanwijzingen van onregelmatigheden of fraude zijn, dan kan een bedachtzame marktdeelnemer verplicht zijn om inlichtingen in te winnen over een andere marktdeelnemer bij wie hij goederen of diensten wil aankopen, en dit om zich te vergewissen van die laatste zijn betrouwbaarheid. Zo’n zorgvuldigheidsplicht rust volgens het Hof ook op een werkgever jegens zijn werknemer, zeker als deze werknemer belast is met de uitreiking van facturen waarop de btw in naam en voor rekening van zijn werkgever is vermeld.

Als de werkgever niet de redelijkerwijs vereiste zorgvuldigheid heeft betracht om de handelingen van zijn werknemer te controleren en zo te voorkomen dat die werknemer zijn identificatiegegevens als btw-plichtige kan gebruiken om valse facturen uit te reiken voor frauduleuze doeleinden, dan kan hij niet worden geacht te goeder trouw te zijn. De frauduleuze handelingen van de werknemer kunnen dan aan de werkgever worden toegerekend, en dan moet die werkgever worden beschouwd als de persoon die de btw op de valse facturen heeft vermeld.

Het is dan ook aan de Poolse rechter om een algehele beoordeling te verrichten van alle relevante gegevens teneinde vast te stellen of de vennootschap van wie de btw-identificatiegegevens door de werknemer zijn misbruikt om valse facturen uit te reiken voor frauduleuze doeleinden, de redelijkerwijs vereiste zorgvuldigheid heeft betracht om de handelingen van die werknemer te controleren. Als dat niet het geval  is, dan is die vennootschap op basis van artikel 203 gehouden tot voldoening van de op die facturen vermelde btw.


Dictum van het Hof

Artikel 203 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een werknemer van een belastingplichtige voor de belasting over de toegevoegde waarde (btw) een valse btw-factuur heeft uitgereikt waarbij de identiteit van zijn werkgever als belastingplichtige is gebruikt buiten diens medeweten en zonder diens toestemming, deze werknemer moet worden beschouwd als de persoon die de btw vermeldt in de zin van dat artikel, tenzij die btw-plichtige niet de redelijkerwijs vereiste zorgvuldigheid heeft betracht om de handelingen van die werknemer te controleren.


HvJ, C-442/22, Dyrektor Izby Administracji Skarbowej w Lubline, 30 januari 2024


Heb je graag toegang tot de nieuwsberichten?

Bestaande klant?

Nieuwe klant?