Niet-retroactiviteit is volgens Cassatie ondergeschikt aan het toepassen van een Europese regel

Gepubliceerd op 15 december 2016

Een in hoofdberoep loontrekkende is voor de btw-geregistreerd als zelfstandig boekhouder (periode 1 juli 1987 tot 14 maart 2004).
In 2002, 2003 en tot en met het derde kwartaal 2004 heeft de btw-plichtige investeringen gedaan bestaande uit:

verbouwingswerken aan zijn woning met toepassing van het verlaagd tarief van 6%
de aankoop van een nieuwe personenwagen (voorschotfactuur van 31 december 2003 en een saldofactuur van 9 maart 2004)

De verbouwingen werden voor de personenbelasting als beroepskosten aangemerkt, de personenwagen niet. Op geen van beide investeringen recupereerde de btw-plichtige enige btw.
Op 1 oktober 2005 hervat de natuurlijke persoon zijn zelfstandige activiteit van boekhouder in bijberoep, waardoor hij opnieuw btw-belastingplichtige wordt. Vervolgens gaat hij in zijn btw-aangifte voor het vierde kwartaal 2005 over tot een herziening in zijn voordeel van een deel van de btw geheven van voormelde investeringen. Deze herziening was gebaseerd op de beslissing nr. E.T. 18.235 van 10 november 1976 die aan btw-plichtigen toestond nog een deel te herzien in hun voordeel van de btw die ze vóór hun hoedanigheid van btw-plichtige betaald hebben op aankopen van investeringen die pas later voor btw-doeleinden worden aangewend.
De fiscus weigert echter deze herziening op basis van de beslissing nr. E.T. 110.412 van 20 december 2005. Volgens deze beslissing moet de fiscus op basis van rechtspraak van het Europese Hof van Justitie haar voormelde standpunt herzien. Indien een persoon ten tijde van een aankoop niet de hoedanigheid van btw-plichtige heeft, kan hij later bij de aanvang van een btw-activiteit geen herziening in zijn voordeel meer doen van btw geheven van aankopen op een tijdstip dat die persoon nog geen btw-plichtige was. Enkel btw geheven van kosten die specifiek gemaakt zijn in het kader van de voorbereiding van een btw-activiteit​ kan nadien nog worden gerecupereerd. Dit nieuwe standpunt werd officieel gepubliceerd op 13 januari 2006.
Het Hof van Beroep in Gent gaf de fiscus ongelijk. Door de beslissing die op 13 januari 2006 gepubliceerd werd in dit geval toe te passen, heeft de fiscus het rechtsbeginsel van niet-retroactiviteit geschonden.
Het Hof van Cassatie stelt daarentegen dat het algemeen rechtsbeginsel van de niet-retroactiviteit niet kan verantwoorden dat geen voorrang wordt gegeven aan de bepaling van een richtlijn, ten voordele van een daarmee strijdige bepaling van nationaal recht. Het verbreekt dan ook de uitspraak van het Hof van Beroep in Gent dat oordeelde dat de fiscus, door de herziening op basis van de toepassing van de beslissing van 1976 te weigeren ingevolge de beslissing die op 13 januari 2006 werd gepubliceerd, het non-retroactiviteitsbeginsel had geschonden.
De zaak wordt doorverwezen naar het Hof van Beroep in Antwerpen.
Cassatie, 14 januari 2016, F.14.0015.N


Heb je graag toegang tot de nieuwsberichten?

Bestaande klant?

Nieuwe klant?