Een Oostenrijkse firma koopt op haar Oostenrijks btw-nummer goederen aan bij bedrijven in Zweden en Denemarken. Deze goederen werden vanuit Zweden of Denemarken rechtstreeks verzonden naar andere lidstaten van de Europese Unie, behalve Oostenrijk. De verzending gebeurt daarbij van bij die leveranciers naar de kopers van de Oostenrijke firma die handelden onder hun btw-nummer van het land van bestemming van de goederen. De Oostenrijkse firma rapporteerde deze aankopen in Oostenrijk als intracommunautaire verwervingen met zowel verschuldigde als aftrekbare Oostenrijkse btw en de verkopen als vrijgestelde intracommunautaire leveringen, ook in haar intracommunautaire listing, maar zonder de specifieke vermelding van de code die verwijst naar het vereenvoudigd driehoeksverkeer.
Op de facturen die de Oostenrijkse firma hiervoor aan haar kopers uitreikte werd de vermelding ‘btw verlegd’ niet aangebracht. Bij gebrek aan deze vermelding werd volgens de fiscus het vereenvoudigd driehoeksverkeer ten onrechte toegepast, met als gevolg dat de zogenaamde ‘veiligheidsbepaling’ in werking treedt en de Oostenrijkse onderneming in Oostenrijk (het btw-nummer waarop ze heeft aangekocht) op de intracommunautaire verwerving btw moet voldoen die niet aftrekbaar is. De fiscus weigert dan ook de aftrek van de op de intracommunautaire aangegeven verschuldigde btw.
Naar aanleiding hiervan corrigeert de Oostenrijkse firma, ondertussen enkele jaren na de betrokken leveringen, die facturen met een verwijzing naar het vereenvoudigd driehoeksverkeer en de vermelding ‘btw-verlegd’. Ook corrigeert ze haar intracommunautaire opgaven voor de betrokken periodes met een verwijzing naar het vereenvoudigd driehoeksverkeer en neemt ze in haar btw-aangifte de btw geheven van de intracommunautaire verwerving op als aftrekbare btw.
Volgens de btw-plichtige werden met de correcties van de betrokken facturen en van de lijsten, alle onregelmatigheden verholpen en is daarmee voldaan aan alle voorwaarden voor het vereenvoudigd driehoeksverkeer. Volgens de Oostenrijkse fiscus hebben de gecorrigeerde facturen geen terugwerkende kracht.
De rechtbank in eerste aanleg volgt de zienswijze van de onderneming en staat de terugwerkende kracht van de corrigerende facturen toe, en daarmee ook de toepassing van het vereenvoudigd driehoeksverkeer. Maar de fiscus gaat tegen deze beslissing in beroep. De beroepsrechter wil van het Hof van Justitie weten of de latere uitreiking van de corrigerende facturen de vereenvoudigingsregeling voor het driehoeksverkeer alsnog met terugwerkende kracht doet intreden.
Het Hof van Justitie heeft reeds beslist dat de vermelding ‘btw verlegd’ op de factuur een materiële voorwaarde is voor de toepassing van het vereenvoudigd driehoeksverkeer (C‑247/21, Luxury Trust Automobil dd. 08.12.2022).
Uit de bewoordingen van artikel 42 btw-richtlijn kan volgens het Gerecht van de EU niet afgeleid worden wanneer die factuur met de vermelding ‘btw verlegd’ moet worden uitgereikt. De doelstelling van dit artikel is onder meer waarborgen dat de btw op de intracommunautaire verwerving wordt geheven bij de eindafnemer, degene voor wie de daaropvolgende levering bestemd is. De uitreiking achteraf van een factuur die voor het eerst de vermelding ‘btw verlegd’ bevat, kan dus geen terugwerkende kracht hebben. En zo lang niet aan deze voorwaarde is voldaan, blijven de gewone btw-regels van toepassing. De doelstelling van het vereenvoudigd driehoeksverkeer, vereenvoudiging van de administratieve procedures, kan achteraf dus niet meer worden bereikt. Bovendien bestaat de kans dat bij toepassing van de vereenvoudigingsregeling enkele jaren na de feiten, de eindafnemer die de btw op de verwerving moet voldoen, reeds verdwenen is.
De vereenvoudigingsregeling voor het driehoeksverkeer kan dus niet achteraf worden toegepast als er eerst facturen zonder de vermelding ‘btw verlegd’ werden uitgereikt die enkele jaren later werden gecorrigeerd met deze vermelding.
Dictum van het Hof
Artikel 42, onder a), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij richtlijn 2010/45/EU van de Raad van 13 juli 2010, gelezen in samenhang met artikel 197, lid 1, onder c), van richtlijn 2006/112, zoals gewijzigd, moet aldus worden uitgelegd dat het feit dat, meerdere jaren na leveringen waarvoor al facturen waren opgesteld zonder de in artikel 226, punt 11 bis, van deze richtlijn bedoelde vermelding „Btw verlegd”, die vereist is voor de toepassing van de afwijkende regeling voor driehoekstransacties, facturen zijn uitgereikt die deze vermelding voor het eerst wel bevatten, voor deze leveringen de rechtsgevolgen van deze regeling ter administratieve vereenvoudiging niet doet intreden, en dat het bedrag van de btw-correctie over deze leveringen bijgevolg niet kan worden opgegeven in de aangifte over het lopende belastingtijdvak of in een aangifte over een toekomstig belastingtijdvak.
Bestaande klant?
Nieuwe klant?
Bericht voor abonnees: heb je een btw-vraag? Log dan in en stel je vraag via de “stel uw vraag” knop bovenaan.
De btw-lijn BV
Roderveldlaan 100 bus 6
2640 Mortsel (België)
info@btw-lijn.be
BE 0629.761.216