Geen btw verschuldigd op tijdelijk gebruik als co development car van een voor de verkoop bestemd voertuig

Gepubliceerd op 6 juli 2026

Als een btw-plichtige autoverkoper een wagen uit zijn voorraad neemt om die zelf duurzaam te gebruiken, dan wordt die volgens de fiscus in gebruik genomen als bedrijfsmiddel. Bijgevolg is de btw-plichtige hierover btw verschuldigd op basis van artikel 12, § 1, 3° Wbtw (ingebruikname van een goed als bedrijfsmiddel dat niet als bedrijfsmiddel werd verkregen en waarvoor bij verkrijging de btw minstens gedeeltelijk aftrekbaar was). Of er werkelijk zo’n ingebruikname is, dat is een feitenkwestie waarbij rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het concrete geval.

Voor verkopers van voertuigen heeft de fiscus in 2006 al beslist (beslissing nr. E.T. 107.150 dd. 15.05.2006) dat een uitzonderlijk gebruik voor korte duur van een voor de verkoop bestemd voertuig door een constructeur van of een handelaar in dat voertuig, voor proefritten met het oog op de verkoop ervan, niet onder voormelde ingebruikneming valt en dus geen btw-gevolgen heeft (het voertuig blijft exclusief bestemd voor de verkoop).


Co development car: geen belastbare onttrekking

In een nieuwe circulaire laat de fiscus nu weten dat ook ‘co development cars’ dezelfde regeling genieten. Het gaat hier om voertuigen die door constructeurs of verbonden ondernemingen tijdelijk worden ingezet in het kader van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten. Dat is volgens de fiscus het geval voor voertuigen die in het bijzonder minstens twee van volgende kenmerken vertonen:

  • uitgerust met testapparatuur gebruikt voor dataverzameling en analyse;
  • frequent gebruik maken van niet productieklare software en/of hardware – de software kan geïnstalleerd worden via draadloze updates of via werkplaatsbezoeken, maar wordt niet continu geactiveerd om vergelijkende tests te kunnen uitvoeren;
  • continu onderworpen aan tests in reële gebruiksomstandigheden;
  • vereisen van regelmatige technische interventies en werkplaatsbezoeken;
  • gebruik door bestuurders gaat gepaard met monitoring en/of rapporteringsverplichtingen;
  • beperkte duurtijd van de onderzoek- en ontwikkelingsfase van de wagen die is afgestemd op de specifieke noden van het onderzoek;
  • tijdens de testfase niet geschikt voor productie/verkoop omwille van de voor de test ondergane wijzigingen – de bedoeling van de constructeur blijft om het voertuig op het einde van de testfase alsnog te verkopen waardoor het voertuig na afloop van de testfase opnieuw in verkoopbare staat wordt gebracht.

Wordt een voertuig als zo’n co development car gebruikt, dan betekent dit voor de toepassing van de btw dat:

  • er geen sprake is van een met btw te belasten ingebruikneming in de zin van artikel 12, § 1, lid 1, 3° Wbtw;
  • de btw op deze voertuigen gedurende de testfase volledig aftrekbaar is (ze worden geacht volledig voor de btw-activiteiten te zijn gebruikt en de 50%-beperking van artikel 45, § 2 Wbtw is niet van toepassing tijdens de testfase).

De duur van de testfase is op zich geen doorslaggevend criterium zolang het gebruik van het voertuig zijn karakter van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteit behoudt en de co development car niet langer dan nodig voor deze onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten wordt ingezet.

De beoordeling dat het voertuig wordt gebruikt als een co development car zoals hiervoor omschreven, gebeurt op basis van de feitelijke omstandigheden. Daarover geeft de fiscus nog mee dat:

  • de nummerplaat waaronder een voertuig wordt gebruikt geen invloed heeft op het al of niet moeten belasten met btw van een ingebruikneming van het voertuig als bedrijfsmiddel;
  • door de inschrijving van een voertuig bij de DIV een feitelijk vermoeden ontstaat van een met btw te belasten ingebruikneming, tenzij de btw-plichtige het tegendeel aantoont;
  • de boekhoudkundige verwerking (al dan niet opname als investeringsgoed of vast actief) geen doorslaggevend criterium vormt.


Ingebruikname als bedrijfsmiddel na testfase

Als het voertuig na die testfase toch duurzaam als bedrijfsmiddel in gebruik wordt genomen, dan is er wel weer sprake van een met btw te belasten ingebruikneming in de zin van artikel 12, § 1, 3° Wbtw.

Daarop kan dan eventueel de bijzondere regeling voor directiewagens worden toegepast (aanschrijving nr. 9 dd. 30.07.1985). Die houdt in dat er onder bepaalde voorwaarden op de te belasten ingebruikneming geen btw, btw op een beperkte maatstaf of btw over de aankoopprijs verschuldigd is naargelang het voertuig:

  • wordt verkocht binnen de drie maand na de ingebruikneming als bedrijfsmiddel;
  • wordt verkocht binnen de 18 maanden (uiterlijk 31 december van het jaar dat volgt op dit van het in verkeer brengen), doch na drie maanden na de ingebruikneming als bedrijfsmiddel;
  • niet is verkocht binnen de 18 maanden (uiterlijk 31 december van het jaar dat volgt op dit van het in verkeer brengen) na de ingebruikneming als bedrijfsmiddel.


Fisconetplus, circulaire 2026/C/17, 1 juli 2026


Heb je graag toegang tot de nieuwsberichten?

Bestaande klant?

Nieuwe klant?