Als een btw-plichtige autoverkoper een wagen uit zijn voorraad neemt om die zelf duurzaam te gebruiken, dan wordt die volgens de fiscus in gebruik genomen als bedrijfsmiddel. Bijgevolg is de btw-plichtige hierover btw verschuldigd op basis van artikel 12, § 1, 3° Wbtw (ingebruikname van een goed als bedrijfsmiddel dat niet als bedrijfsmiddel werd verkregen en waarvoor bij verkrijging de btw minstens gedeeltelijk aftrekbaar was). Of er werkelijk zo’n ingebruikname is, dat is een feitenkwestie waarbij rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het concrete geval.
Voor verkopers van voertuigen heeft de fiscus in 2006 al beslist (beslissing nr. E.T. 107.150 dd. 15.05.2006) dat een uitzonderlijk gebruik voor korte duur van een voor de verkoop bestemd voertuig door een constructeur van of een handelaar in dat voertuig, voor proefritten met het oog op de verkoop ervan, niet onder voormelde ingebruikneming valt en dus geen btw-gevolgen heeft (het voertuig blijft exclusief bestemd voor de verkoop).
Co development car: geen belastbare onttrekking
In een nieuwe circulaire laat de fiscus nu weten dat ook ‘co development cars’ dezelfde regeling genieten. Het gaat hier om voertuigen die door constructeurs of verbonden ondernemingen tijdelijk worden ingezet in het kader van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten. Dat is volgens de fiscus het geval voor voertuigen die in het bijzonder minstens twee van volgende kenmerken vertonen:
Wordt een voertuig als zo’n co development car gebruikt, dan betekent dit voor de toepassing van de btw dat:
De duur van de testfase is op zich geen doorslaggevend criterium zolang het gebruik van het voertuig zijn karakter van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteit behoudt en de co development car niet langer dan nodig voor deze onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten wordt ingezet.
De beoordeling dat het voertuig wordt gebruikt als een co development car zoals hiervoor omschreven, gebeurt op basis van de feitelijke omstandigheden. Daarover geeft de fiscus nog mee dat:
Ingebruikname als bedrijfsmiddel na testfase
Als het voertuig na die testfase toch duurzaam als bedrijfsmiddel in gebruik wordt genomen, dan is er wel weer sprake van een met btw te belasten ingebruikneming in de zin van artikel 12, § 1, 3° Wbtw.
Daarop kan dan eventueel de bijzondere regeling voor directiewagens worden toegepast (aanschrijving nr. 9 dd. 30.07.1985). Die houdt in dat er onder bepaalde voorwaarden op de te belasten ingebruikneming geen btw, btw op een beperkte maatstaf of btw over de aankoopprijs verschuldigd is naargelang het voertuig:
Bestaande klant?
Nieuwe klant?
Bericht voor abonnees: heb je een btw-vraag? Log dan in en stel je vraag via de “stel uw vraag” knop bovenaan.
De btw-lijn BV
Roderveldlaan 100 bus 6
2640 Mortsel (België)
info@btw-lijn.be
BE 0629.761.216