Geen btw-heffing meer voor reiniging, onderhoud of herstelling van onroerend goed door btw-plichtige voor zijn btw-activiteit

Gepubliceerd op 24 oktober 2016

Overeenkomstig artikel 19, § 2, 1° Wbtw moet een btw-plichtige die zelf een werk in onroerende staat uitvoert voor de doeleinden van zijn economische​ activiteit, btw over dit werk aan zichzelf in rekening brengen.
Van deze btw-heffing zijn uitgesloten, de loutere onderhouds-, herstellings- of reinigingswerken op voorwaarde dat de btw-plichtige de btw die hij over dit werk aan zichzelf zou moeten aanrekenen, ook volledig zou kunnen aftrekken.
In het verleden besliste de fiscus al dat die btw-heffing niet moet worden toegepast in geval van herstellings-, onderhouds- of reinigingswerken die:

door het personeel van publiekrechtelijke instellingen worden uitgevoerd in de gebouwen van die instellingen zelf;
voor eigen behoeften worden uitgevoerd door een volledig vrijgestelde btw-plichtige of zijn personeel;
worden uitgevoerd door een gemengde btw-plichtige die het werkelijk gebruik inzake de toepassing van zijn btw-aftrek hanteert.

De minister heeft nu beslist deze btw-heffing in geen enkel geval meer te eisen voor herstellings-, onderhouds- of reinigingswerken die de btw-plichtige zelf, of zijn personeel, uitvoert voor de doeleinden van zijn economische activiteit.
Aan de toepassing van artikel 19, § 2, 2° Wbtw wijzigt er niets: wanneer de btw-plichtige (en/of zijn personeel) werk in onroerende staat uitvoert, ook herstellings-, onderhouds- of reinigingswerken, voor zijn privédoeleinden of meer algemeen, voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit, is er over dit werk nog steeds btw verschuldigd.
Fisconetplus, beslissing nr. E.T. 130.422, 5 juli 2016


Heb je graag toegang tot de nieuwsberichten?

Bestaande klant?

Nieuwe klant?