Cassatie bevestigt: geen btw-vrijstelling voor terbeschikkingstelling sportinfrastructuur waar exploitant onder meer instaat voor het onderhoud ervan

Gepubliceerd op 1 mei 2018

Een autonoom gemeentebedrijf exploiteert meerdere sportinrichtingen waar ze diensten verleent aan particulieren en verenigingen en clubs die gebruik maken van de faciliteiten.
De fiscus meent dat de terbeschikkingstelling van de sportinfrastructuur een vrijgestelde onroerende verhuur is (art. 44, § 3, 2° Wbtw).
Maar het Hof van Beroep in Luik oordeelde (2 maart 2016, rolnr. 2013/RG/1625) dat er in deze geen sprake is van een vrijgestelde verhuur, maar van het verlenen van toegang tot een sportinfrastructuur en het recht ervan gebruik te maken, omdat ​de exploitant

steeds de bovenhand houdt op de organisatie van de schema’s;
standaardformulieren opstelt die de kandidaat-gebruikers moeten invullen;
het onderhoud van de installaties verzekert;
een aanzienlijk aantal personeelsleden hiervoor inzet;
de verzekeringsnemer is voor het gebouw en de inhoud;
sancties oplegt en toegang weigert aan gebruikers die schade berokkenen of de reglementen niet naleven.

Volgens het Hof van Cassatie heeft het Hof van Beroep zijn beslissing afdoend gemotiveerd.

Cassatie, 24 november 2017, rolnr. F.16.0089.F


Heb je graag toegang tot de nieuwsberichten?

Bestaande klant?

Nieuwe klant?