Btw-regels voor tankkaarten: fiscus neemt soepeler standpunt in dan het btw-comité

Gepubliceerd op 28 februari 2024

De lidstaten zijn het na grondige besprekingen binnen het btw-comité over het arrest van het Europese Hof van Justitie in de zaak Vega (C-235/18 dd. 15.05.2019), bijna unaniem eens geworden dat de uitgever van een tankkaart (tankkaartmaatschappij) in principe geen brandstof levert maar een financiële dienst verricht (richtsnoer 1068 van het btw-comité dd. 06.09.2023).

De tankkaartmaatschappij zal wel geacht worden de brandstof zelf aan te kopen en zelf te verkopen als de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • de tankkaartmaatschappij moet eigenaar worden van de brandstof – dat houdt onder meer in dat zij ook het financiële risico naar de leverancier toe draagt als de kaarthouder uiteindelijk niet betaalt, dat zij ook het risico draagt voor de schade die de kaarthouder zou oplopen als er iets mis zou zijn met de brandstof en dat de tankkaartmaatschappij haar eigen prijzen zet naar de kaarthouder toe;
  • het moet dezelfde brandstof zijn die wordt aangekocht en verkocht;
  • er moet een overeenkomst bestaan tussen de tankkaartmaatschappij en de brandstofleverancier waarbij de tankkaartmaatschappij handelt in opdracht van de leverancier of in opdracht van de kaarthouder en waar geen verwijzing naar het verlenen van een krediet of de administratie van brandstoflevering is opgenomen.

Verwacht werd dat de Belgische administratie deze standpunten zou overnemen en becommentariëren in een nog te publiceren circulaire. Deze is nu gepubliceerd, maar de administratie neemt toch een soepelere houding aan.

Zo aanvaardt ze dat de tankkaartmaatschappij wel degelijk de brandstof aan- en verkoopt (commissionairsprincipe) als:

  • de tankkaartmaatschappij voorafgaand aan de afname van de brandstof door de tankkaarthouders een overeenkomst heeft afgesloten met de brandstofleveranciers, waarbij de voorwaarden voor de afname van de brandstoffen zijn opgenomen (onder andere prijskortingen, identificatie van de tankstations die gedekt worden door de overeenkomst, wijze van betaling, duur van de overeenkomst, enzovoort); én
  • de brandstofmaatschappijen de brandstofleveringen factureren aan de tankkaartmaatschappij die op haar beurt deze brandstofleveringen aan de tankkaarthouders factureert.

En uiteraard is het commissionairsprincipe ook van toepassing op de brandstofleveringen als voldaan is aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in voormeld richtsnoer van het btw-comité.

In de andere dan de hiervoor vermelde gevallen is het commissionairsprincipe niet van toepassing op de brandstofleveringen en verricht de tankkaartmaatschappij een van btw vrijgestelde kredietverlening voor de tankkaarthouders (artikel 44, § 3, 5° Wbtw) en worden de brandstoffen rechtstreeks geleverd door de brandstofleveranciers aan de tankkaarthouders.


Fisconetplus, circulaire 2024/C/18, 27 februari 2024


Heb je graag toegang tot de nieuwsberichten?

Bestaande klant?

Nieuwe klant?