BTW en transfer pricing: waarom er géén algemene regel bestaat

Gepubliceerd op 18 mei 2026

Recent deed het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak in de zaak Stellantis Portugal (C-603/24). De kernvraag: is een periodieke verrekenprijsaanpassing tussen fabrikant en distributeur een aanpassing van de verkoopprijzen van de auto’s of een afzonderlijke vergoeding voor een btw-belaste dienst?

Het korte, en te verwachten antwoord: alles hangt af van de feiten en omstandigheden.


De casus in een notendop

GMP (distributeur voor General Motors in Portugal, nu Stellantis) droeg de kosten binnen de garantietermijn voor auto’s die door onafhankelijke dealers werden gerepareerd. Deze kosten werden verrekend in de periodieke transferprijzen tussen de fabrikant (OEM) en GMP. Via credit- en debetnota’s werd de inkoopprijs van de auto’s achteraf gecorrigeerd, zodat GMP de vooraf bepaalde winstmarge op de doorverkoop realiseerde.

De Portugese fiscus betwistte deze behandeling als correctie van de inkoopprijs. Volgens hen had GMP btw moeten aangeven en betalen over de door haar voor de fabrikant verrichte hersteldiensten.


Wat zegt het Hof van Justitie?

  • Geen automatisme: In de eerdere zaak Arcomet Towercranes (2025) oordeelde het Hof nog dat een transferpricing-aanpassing wél een btw-belaste dienst kon zijn. Maar in de Stellantis-zaak ligt dat anders.
  • Geen rechtstreeks verband: Het Hof ziet in de voorgelegde overeenkomst geen verplichting voor GMP om reparatiediensten aan de fabrikant te leveren. Omdat de vergoeding gekoppeld is aan een winstmarge en niet aan de specifieke reparaties, is het verband tussen de betaling en de ‘dienst’ hoogstens indirect. Het is nu aan de Portugese rechter om te beoordelen of er eventueel andere feiten zijn waaruit blijkt dat de prijsaanpassingen wél de werkelijke tegenprestatie vormen voor verrichte hersteldiensten.
  • Kwalificatie: Is de prijsaanpassing inderdaad een correctie achteraf van de inkoopprijs van de voertuigen? Dan moet de Portugese rechter de impact ervan op de maatstaf van heffing beoordelen.


De belangrijkste conclusie voor de praktijk

Er bestaat geen algemene, kant-en-klare regel voor de btw-behandeling van transfer pricing-aanpassingen. Waar de fiscus of financials soms snel geneigd zijn om credit- of debetnota’s in een vast btw-hokje te plaatsen, herinnert het Hof ons eraan dat de btw-analyse altijd op basis van de volledige en specifieke feiten moet gebeuren. Hierbij is de contractuele rechtsbetrekking doorslaggevend.

De grens tussen een prijsaanpassing en een belaste dienst blijft dus flinterdun.


HvJ, C-603/24, Stellantis Portugal, 13 mei 2026


Heb je graag toegang tot de nieuwsberichten?

Bestaande klant?

Nieuwe klant?