Recent deed het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak in de zaak Stellantis Portugal (C-603/24). De kernvraag: is een periodieke verrekenprijsaanpassing tussen fabrikant en distributeur een aanpassing van de verkoopprijzen van de auto’s of een afzonderlijke vergoeding voor een btw-belaste dienst?
Het korte, en te verwachten antwoord: alles hangt af van de feiten en omstandigheden.
De casus in een notendop
GMP (distributeur voor General Motors in Portugal, nu Stellantis) droeg de kosten binnen de garantietermijn voor auto’s die door onafhankelijke dealers werden gerepareerd. Deze kosten werden verrekend in de periodieke transferprijzen tussen de fabrikant (OEM) en GMP. Via credit- en debetnota’s werd de inkoopprijs van de auto’s achteraf gecorrigeerd, zodat GMP de vooraf bepaalde winstmarge op de doorverkoop realiseerde.
De Portugese fiscus betwistte deze behandeling als correctie van de inkoopprijs. Volgens hen had GMP btw moeten aangeven en betalen over de door haar voor de fabrikant verrichte hersteldiensten.
Wat zegt het Hof van Justitie?
De belangrijkste conclusie voor de praktijk
Er bestaat geen algemene, kant-en-klare regel voor de btw-behandeling van transfer pricing-aanpassingen. Waar de fiscus of financials soms snel geneigd zijn om credit- of debetnota’s in een vast btw-hokje te plaatsen, herinnert het Hof ons eraan dat de btw-analyse altijd op basis van de volledige en specifieke feiten moet gebeuren. Hierbij is de contractuele rechtsbetrekking doorslaggevend.
De grens tussen een prijsaanpassing en een belaste dienst blijft dus flinterdun.
Bestaande klant?
Nieuwe klant?
Bericht voor abonnees: heb je een btw-vraag? Log dan in en stel je vraag via de “stel uw vraag” knop bovenaan.
De btw-lijn BV
Roderveldlaan 100 bus 6
2640 Mortsel (België)
info@btw-lijn.be
BE 0629.761.216