Fiscus krijgt gelijk: btw-herziening bij vrijgestelde verhuur aan overnemer onderneming

Gepubliceerd op 4 september 2026

Een uitbater van een tuincentrum draagt zijn handelszaak over en verhuurt het gebouw aan de overnemer. De overdracht gebeurde vóór 2019, toen optionele btw-belastbare verhuur nog niet mogelijk was. Omdat de overdrager het gebouw verhuurt met vrijstelling van btw, moet hij volgens de fiscus zijn btw-aftrek op dat gebouw herzien. Ten onrechte volgens de overdrager, omdat de overnemer het gebouw ononderbroken verder blijft gebruiken voor de btw-activiteiten ingevolge de overdracht van de handelszaak met toepassing van artikel 11 Wbtw.

Het Gerecht van de Europese Unie volgt de fiscus. Omdat het gebouw na de overdracht van de handelszaak met vrijstelling van btw wordt verhuurd, en dus vanaf dan wordt gebruikt voor een handeling die geen recht op aftrek geeft, moet de op dat gebouw afgetrokken btw voor de nog lopende jaren van de herzieningstermijn worden teruggestort.

Dat die vrijgestelde verhuur kadert in een overdracht van een handelszaak onder toepassing van artikel 11 Wbtw verandert niets aan die conclusie. De huur zelf maakt geen deel uit van de overdracht van de handelszaak, het is een nieuw recht dat naar aanleiding van die overdracht wordt gecreëerd.

Met haar arrest stelt het Gerecht een einde aan een decennialange discussie in de Belgische btw-praktijk. Maar dat betekent niet dat er altijd een btw-herziening moet gebeuren als het bedrijfsgebouw geen deel uitmaakt van de overdracht van een algemeenheid of bedrijfstak. Er zijn alternatieven mogelijk, zelfs als een optionele btw-verhuur geen optie is.

Gerecht EU, T‑397/25, DECO, 2 september 2026


Heb je graag toegang tot de nieuwsberichten?

Bestaande klant?

Nieuwe klant?