Rubriek XL van tabel A KB 20 voorziet in een verlaagd btw-tarief van 6% op onder meer het werk in onroerende staat met betrekking tot gebouwen bestemd voor het school- of universitair onderwijs dat op grond van artikel 44, § 2, 4°, a) Wbtw is vrijgesteld.
Het Hof van Cassatie (F.24.0044.N dd. 22.01.2026) bevestigde een arrest van het hof van beroep in Gent (rolnr. 2022/AR/421 dd. 10.10.2023) waarin werd geoordeeld dat een gebouw voor buitenschoolse opvang voor leerlingen van het gemeentelijk kleuter en lager onderwijs ook onder dit verlaagd tarief kan vallen. Volgens het hof is de buitenschoolse kinderopvang voor kleuter- en lager onderwijs onontbeerlijk voor het door de gemeente verstrekte onderwijs. Deze opvang is als een dienst die nauw samenhangt met de dienst van het onderwijs ook bedoeld in de vrijstelling van artikel 44, § 2, 4°, a) Wbtw, en dus komt het voor het voormeld verlaagd btw-tarief in aanmerking.
De fiscus, die het Cassatieberoep aantekende, legt zich nu bij deze rechtspraak neer. Volgens de fiscus blijkt uit het arrest dat ‘buitenschoolse kinderopvang’ moet worden aangemerkt als een ‘nauw met onderwijs samenhangende dienst’ in de zin van artikel 44, § 2, 4°, a) Wbtw, maar daarvoor is onder meer vereist dat de buitenschoolse kinderopvang voor kleuter- en lager onderwijs ‘onontbeerlijk’ is om dat onderwijs te kunnen aanbieden. De fiscus gaat in zijn circulaire niet in op de term ‘onontbeerlijk’. Verder is vereist dat de opvang op schooldagen maar buiten de schooluren wordt georganiseerd door een publiekrechtelijk lichaam of door een organisatie die als lichaam met soortgelijke doeleinden wordt aangemerkt.
De nieuwe circulaire vervangt in het bijzonder het voorbeeld onder nummer 27 van de circulaire 2018/C/6 van 18 januari 2018 door te stellen dat als de gemeente zelf in het gebouw de buitenschoolse opvang organiseert voor zowel het gemeentelijk onderwijs, gemeenschapsonderwijs als het vrij onderwijs in de buurt, dan komen bijvoorbeeld de schilderwerken aan de lokalen van dat gebouw nu wel in aanmerking voor het voormeld verlaagde btw-tarief, als dat gebouw hoofdzakelijk wordt gebruikt voor vrijgestelde onderwijsdiensten of nauw daarmee samenhangende diensten of leveringen van goederen.
Opvang van kinderen jonger dan 2,5 jaar (crèches), vakantiewerking, jeugdhuiswerking, speelpleinwerking enzovoort zijn volgens de fiscus niet bedoeld onder ‘nauw met onderwijs samenhangende diensten’.
Voor de toepassing van voormeld verlaagd btw-tarief benadrukt de fiscus nogmaals dat het gebouw hoofdzakelijk moet worden gebruikt voor vrijgesteld onderwijs en nauw met dat onderwijs samenhangende diensten. Bij gemengd gebruik van het gebouw moet dus een hoofdzakelijkheidstoets gebeuren.
Btw-plichtigen die ingevolge dit nieuwe standpunt in het verleden ten onrechte het normale btw-tarief van 21% zouden hebben toegepast, kunnen op grond van artikel 77, § 1, 1° Wbtw in principe een recht op teruggaaf uitoefenen overeenkomstig de normale regels. In dat geval zal de fiscus waarschijnlijk van de leverancier/dienstverrichter eisen dat hij aan zijn medecontractant de te veel aangerekende btw terugbetaalt.
Bestaande klant?
Nieuwe klant?
Bericht voor abonnees: heb je een btw-vraag? Log dan in en stel je vraag via de “stel uw vraag” knop bovenaan.
De btw-lijn BV
Roderveldlaan 100 bus 6
2640 Mortsel (België)
info@btw-lijn.be
BE 0629.761.216