COVID-19 en btw: btw-forfaits

 

Fiscus past voor het eerste kwartaal enkele forfaitaire regelingen aan

 

 

In het kader van de overheidsmaatregelen in de strijd tegen de coronacrisis laat de fiscus weten de volgende steunmaatregelen te nemen voor btw-plichtigen van wie de omzet onder één van de volgende forfaitaire regeling wordt vastgesteld.

Kappers – aanpassing aantal typehandelingen (F05)

Voor kappers wordt de omzet van de patroon onder de forfaitaire regeling berekend op basis van een typeprijs die wordt vermenigvuldigd met een forfaitair vastgesteld aantal typediensten. Voor de btw-aangifte over het eerste kwartaal wordt dat aantal typediensten als volgt verminderd:

  • heren:                  944 in plaats van 1140;
  • dames:                442 in plaats van 534.

De fiscus zal de correctie voor de btw-aangifte over het 2de kwartaal 2020 later nog meedelen.

Foornijveraars – verlaging minimum standgelden (F19)

Vermaak- of spektakelinrichtingen die opgesteld zijn op kermissen en jaarmarkten en van wie de voor het eerste kwartaal in rekening te brengen verschuldigde standplaatsvergoedingen (of andere vergoedingen verschuldigd aan gemeenten, verenigingen of andere personen) een bepaald minimumbedrag niet bereiken, moeten voor de forfaitaire berekening met een forfaitair vastgelegd minimum rekening houden. Voor de btw-aangifte over het eerste kwartaal wordt dat minimum als volgt verminderd:

  • 680,00 euro i.p.v. 850,00 euro.

De fiscus zal de correctie voor de btw-aangifte over het 2de kwartaal 2020 later nog meedelen.

Forfaits berekend op aankoopprijs goederen – vermindering aankopen

Voor enkele forfaitaire regelingen aanvaardt de fiscus dat de betrokken btw-plichtige voor het eerste kwartaal van 2020 een éénmalige inventaris opmaakt (per koopwarengroep) van de ingevolge de coronacrisis niet verkochte en vernietigde goederen.

Die inventaris moet per koopwarengroep de volgende vermeldingen vermelden: 

  • nummer en datum van de factuur;
  • de aard van bederfbare goederen;
  • de hoeveelheid en de inkoopprijs van de niet-verkochte en vernietigde bederfbare goederen.

De in die  inventaris per koopwarengroep opgenomen waarden kunnen in mindering gebracht worden van de waarden per koopwarengroep waarop de forfaitaire coëfficiënten gewoonlijk toegepast worden voor het eerste kwartaal van 2020. Inzake de bewijslast voor de inhoud van die inventaris moet de btw-plichtige met de nodige voorzichtigheid en oprechtheid handelen aangezien de administratie momenteel niet kan worden ingeschakeld om de vernietiging van de goederen vast te stellen. 

De forfaitaire belaste btw-plichtigen die deze tolerantie kunnen toepassen, zijn:

  • als ze gewoonlijk enkel op openbare markten hun koopwaar verkopen en ze geen vaste winkeluitbating hebben (geen gemengde activiteit – de bederfbare goederen die ze tijdens deze coronacrisis niet konden verkopen werden bijgevolg vernietigd):

    • slagers-spekslagers (F02);

    • bakkers, brood- en banketbakkers (F03);

    • kleinhandelaars in zuivelproducten en melkventers (F06);

  • als ze hun goederen tijdens deze crisis niet kunnen blijven verkopen (dus ook niet meer bestemd voor ‘meeneem’ – de bederfbare goederen die ze tijdens deze coronacrisis niet konden verkopen werden bijgevolg vernietigd):

    • consumptie-ijsbereiders (F09);

    • frituurexploitanten (F16);

    • foornijveraars (F19);

  • als ze ingevolge de verplichte sluiting door de coronacrisis bederfbare goederen hebben moeten vernietigen:

    • caféhouders (F04-24).

Deze tolerantie is niet van toepassing voor forfaitair belaste btw-plichtigen die gewoonlijk reeds een inventaris bijhouden.

Directe belastingen

De fiscus zal met die aanpassingen rekening houden bij de uitwerking van de forfaitaire grondslagen van aanslag inzake directe belastingen voor de betrokken belastingplichtigen. Dus de inventaris van de niet verkochte en vernietigde goederen zal ook daar van belang zijn.

 

De FOD Financiën zal deze maatregelen nog publiceren op haar website.

Terug naar overzicht